













|
Bestuurszaken
Waarom een genootschap van Spanielbreeders?
De redenen
die ten grondslag liggen aan de oprichting van het Genootschap van
Spanielbreeders zijn de volgende:
-
De pupkoper wil een gezonde
hond hebben.
-
Dierenwelzijn staat hoog op
de politieke agenda en is er steeds vaker op gericht om excessen te
bestraffen. Dit komt deels voort uit de publieke opinie.
-
Wetgeving
met betrekking tot niet nakoming van een koopovereenkomst legt de bewijslast
meer en meer bij de ‘verkoper’ ofwel de fokker van de pup. Er is sprake van
een tendens van bescherming van de koper, die ook in het consumentenrecht te
zien is.
-
De
veterinaire technieken staan niet stil. Er komen meer en meer
onderzoeksmethoden beschikbaar die uitsluitsel kunnen geven over de
(genetische en anatomische) gezondheid van fokdieren. Deze methoden geven
bovendien aanleiding tot het sneller en effectiever aantonen van ziekten,
aandoeningen en afwijkingen, al dan niet (volledig) erfelijk bepaald. Het
zal dus vaker gaan voorkomen, ook in relatie met het consumentrecht, dat
pupkopers vragen gaan stellen aan fokkers waarom er met bepaalde honden (nog
steeds) gefokt wordt. De consument wordt mondiger.
-
Meer dan honderd jaar
rashonden fokken begint zijn tol te eisen in de genetische diversiteit van
raspopulaties. Het stapelen van selectie van fokdieren heeft de genenpolen
van bepaalde rassen inmiddels behoorlijk doen terug lopen.
-
De huidige (Nederlandse)
populatie van fokdieren van verschillende spanielrassen is in sommige
gevallen zo nauw familiair verbonden (veel dezelfde namen in de stambomen)
dat de verwachting is dat in de (nabije) toekomst telkens opnieuw
(erfelijke) aandoeningen en afwijkingen zich zullen gaan voordoen in de
totale populatie.
-
Alles uit de fok nemen kan
natuurlijk niet, maar gewogen afwegingen maken op basis van de juiste en
volledige informatie kan natuurlijk wel.
Het Genootschap van Spanielbreeders is per
definitie geen rasvereniging in de opvatting van de Raad van Beheer en
haar Statuten en Huishoudelijk Reglement zoals neergelegd in het Kynologisch
Reglement. GSB adviseert haar leden volwaardig lid te blijven van een erkende
rasvereniging voor hun specifieke ras, dan wel zich daarbij aan te sluiten. Het
genootschap wil vanuit haar eigen doelstellingen en doelen niet
concurreren met de bestaande en door de Raad van Beheer erkende rasverenigingen.
Zij gaat geen kynologische activiteiten organiseren die door de Raad van
Beheer gefiatteerd en gecontroleerd worden. Ook komt er geen verenigingsblad.
Het Genootschap van Spanielbreeders gaat
slechts inventariseren en onderzoeken welke (erfelijke) aandoeningen en
afwijkingen in de verschillende spanielrassen de genenpool, de populatie, de
individuele gezondheid en de inzetbaarheid van fokdieren bedreigen. En van daaruit gaat het genootschap op zoek naar samenwerking met onderzoekers,
universiteiten, instellingen en (individuele) specialisten om meer en beter
inzicht te krijgen in de geconstateerde aandoening of afwijking. In feite
is/wordt het Genootschap van Spanielbreeders een kennisinstituut.
De bedoeling is dat informatie beschikbaar komt
voor Leden van GSB, zodat zij daarop hun fokprogramma en toekomstig fokbeleid
kunnen aanpassen. Leden krijgen toegang tot de verzamelde informatie en
verstrekken informatie als wederdienst aan het GSB.
Juist omdat wij de rashondenfokkerij zeer
serieus nemen en zien welke bedreigingen er spelen, willen we onderzoeken in
hoeverre de huidige wijze van rashonden fokken aangepast kan worden aan de
nieuwe snelle informatie maatschappij. Daarbij speelt de pupkoper een
belangrijke rol als consument van ‘rashonden’. Slecht gefokte honden veroorzaken
veel emotioneel leed bij de pupkoper, en ook dit aspect van de rashondenfokkerij
neemt het GSB zeer serieus. Pupkopers hebben wel degelijk een belang bij de
rashondenfokkerij en hun mening en ideeën worden zeer op prijs gesteld. Zij
kunnen zich aanmelden als
Lid-belangstellende. Of zij kunnen donateur worden.
Het Genootschap van Spanielbreeders wordt op
dit moment al in haar bepaalde opvattingen bevestigd door zich voordoende
aandoeningen, combinaties van aandoeningen als syndromen, en het opduiken van
ontwikkelingsstoornissen. Ontwikkelingsstoornissen in een rashondenpopulatie
zijn de ‘dood in de pot’. Zij zijn kwaadaardiger voor een ras dan ziekten of
aandoeningen die ook erfelijk zijn, maar zich beperken tot één orgaan of één
probleem. Ontwikkelingsstoornissen hebben namelijk invloed op de ontwikkeling
van een pup, vanaf de baarmoeder en daarna, naar een gezonde en fysiologisch en
anatomisch optimaal functionerende rashond. MPP is ons vermoeden is zo’n
ontwikkelingsstoornis, maar er zijn er meer.
Een tweede belangrijk kenmerk van het
Genootschap van Spanielbreeders is het feit dat documentaires als onlangs
uitgezonden door de BBC ons er wederom op attent maken dat de genenpools van
rashonden te smal worden en dat eindeloze selectie niet kan blijven voortduren.
Er zullen gewogen afwegingen gemaakt moeten worden bij het fokken, teneinde
erger te voorkomen. De manier waarop de huidige Kynologie vorm wordt gegeven,
zal bijgesteld moeten worden. Er zijn grenzen aan wat de natuur kan volgen aan
modetrends en menselijke voorkeuren. Daarbij moet gedacht worden aan
bijvoorbeeld de veranderde kop van de Bulterriër, de hersenziekte bij de
(Cavalier) King
Charles Spaniel of de overdreven korte poten bij de Bassethound. Het GSB zal
alles in het werk stellen om excessen in de hondenfokkerij te voorkomen.
De eenzijdige manier waarop naar honden wordt
gekeken met betrekking tot het zijn van fokdier, vooral afgemeten langs lijnen
van exterieure schoonheid, die bovendien onderhevig is aan modegrillen, kan niet
de uitsluitende basis zijn voor het fokken van rashonden. De ‘interne’ hond is
minstens zo belangrijk voor de ontwikkeling van een gezonde en karakterologisch
goede rashond. Wij stellen ons op het standpunt dat ‘schoonheid’, in de vorm van
een Kampioen, een eindproduct is, waar niet per definitie mee gefokt hoeft en
kan worden. De betreffende Kampioen dient ook over de goede genen en de juiste
afkomst te beschikken om als fokdier te kunnen worden gebruikt. Zulke en andere
zaken wil het GSB onderzoeken en uitdiepen.
Breedersstandaard inzien:


|
|