|
De
fokkers standaard (ontleend aan Engeland)
Hier volgen de gulden regels
voor het fokken van rashonden, meer specifiek Spaniels. Het Genootschap van
Spanielbreeders en bij haar aangesloten leden verklaren zich naar eer en geweten
bij deze regels aan te sluiten.
Variatie handhaven in de
genenpool
Fokkers dienen het belang van
een gevarieerde en indien mogelijk, uitbreiding van de genetische diversiteit
binnen het ars waarmee zij fokken.
Gezonde fokdieren
Fokkers gebruiken alleen
gezonde honden voor hun fokkerij. Het is aan de fokkers om met grote
zorgvuldigheid vast te stellen of een dier ingezet voor de fokkerij voldoet een
de gezondheidseisen op zowel het psychische, anatomische en fysiologische vlak
binnen een ras worden gesteld.
Verantwoordelijkheid voor
gefokte dieren
De fokker zorgt voor een
goede condities waaronder puppen worden gefokt. Zolang de puppen in eigendom
zijn van en onder de zorg vallen van de fokker, dient de fokker garant te staan
voor een goede omgeving waarin de puppen zowel psychisch als lichamelijk tot
wasdom kunnen komen.
Uitsluiten fokdieren
Honden met uitsluitende
aandoeningen als ongewenste karakters, doofheid, blindheid, anatomische fouten
als niet kunnen bewegen, het hebben van een hazenlip of aandoeningen aan de
ruggenwervel of de kaak, aandoeningen van het geslachtsorgaan en de
vruchtbaarheid betreffende, ongewenste vacht- of oogkleuren, dienen van de fok
te worden uitgesloten.
Melding doen van fouten
Fokkers, aangesloten bij de
FCI verplichten zich erfelijke aandoeningen te melden aan hun (ras)vereniging in
het betreffende bij de FCI aangesloten land. Verenigingen verplichten zich een
administratie bij te houden van deze defecten in de fokkerij. Bovendien
verplichten fokkers en (ras)verenigingen zich tot het samen trachten uit te
fokken van erfelijke aandoeningen en spannen zij zich daarvoor in.

|