|
Cryptorchidie genetisch beschouwd
Van cryptorchidie is sprake
als een of twee testikels niet in het scrotum zijn ingedaald. Volgens Mevrouw V.
Meyer-Wallen kan je op twee manieren naar deze aandoening kijken.
-
Als een ontwikkelingsfout
die alleen voorkomt in mannelijke dieren
-
Of als een
aandoening/disfunctioneren van de seksuele ontwikkeling in een pup in het
algemeen, en dan geldt deze aandoening voor de totale populatie en de gehele
lijn.
In het laatste geval, kan
cryptorchidie opgevat worden als een aandoening vergelijkbaar met SRY- sex
reversal, of met het PMDS syndroom. Overbodig te vermelden dat Meyer-Wallen er
op de tweede manier naar kijkt. Zij is van mening dat cryptorchidie meer is dan
toeval en niet enkel te maken heeft met de mannelijke dieren.
Zij is met haar team bezig om
een DNA test te ontwikkelen voor de aandoening cryptorchidie.
Kennis tot nu toe
Gebaseerd op haar onderzoeken
naar een aantal stambomen/lijnen waar veel cryptorchidie voorkwam (niet alleen
bij honden), is haar team tot de conclusie gekomen dat er tenminste drie genen
betrokken zijn bij het zich voordoen van cryptorchidie. Maar zij vermoedt dat
het hier niet bij blijft en dat de materie ingewikkelder ligt. Vast staat wel
dat mutaties in de drie ontdekte genen cryptorchidie tot gevolg hebben.
Uit studies met muizen blijkt
dat een vertraagde of verlate indaling van de testikels een voorbode is voor
cryptorchidie in de lijn. En uit studies met varkens en geiten blijkt dat de
aandoening uitgefokt kan worden, indien niet met cryptorche dieren wordt gefokt
en de ouderdieren, ook de moeder, uit de fok genomen worden. Cryptorchidie heeft
dus ook te maken met de genen van moederskant.
Wel zegt dat Meyer-Wallen dat
deze resultaten niet een op een toegepast kunnen worden in de rashondenfokkerij,
maar verdenkingen dat het bij honden op dezelfde manier vererft zijn er
weldegelijk. Voor haar is het in elk geval een reden te meer om naar DNA test
mogelijkheden te zoeken, waarbij kan worden vastgesteld of de vader en de moeder
(!) drager of lijder zijn van een van de mutaties in die drie genen. Als er zo’n
test komt, dan kan in elk geval voorkomen worden dat er nakomelingen
geproduceerd worden die de aandoening hebben of vererven.
Meyer-Wallen maakt
onderscheid tussen monocryptorchidie (een bal) en bicryptorchidie (geen ballen).
De door de eerste aandoening aangedane reuen zijn over het algemeen minder
vruchtbaar. De in de tweede categorie vallende reuen zijn veelal onvruchtbaar.
Meyer-Wallen durft de conclusie aan dat vaststaat dat fokken met monocryptorche
reuen een toename van cryptorchidie te zien geeft. (Binnen de Engelse Cocker
populatie hebben we daar ook een duidelijk voorbeeld van.) Zij stipt bovendien
in haar onderzoek aan de in sommige gevallen bestaande praktijk van chirurgie
van cryptorchidie, door een ‘namaak’ testikel in het scrotum te hangen. Afgezien
van mogelijk frauduleus handelen, is zijn van mening dat het ras, de individuele
foklijn en andere fokkers er niet bij gebaat zijn om met een dergelijke reu te
fokken.
Het indalen van de testikels
is een zeer ingewikkeld genetisch proces. Voor als nog zijn daar bij betrokken:
-
Genen die de testosteron
synthese (opbouw) controleren en reguleren
-
Het androgeen receptor
gen (AR)
-
De insuline (ook van
suikerziekte bekend) factor 3 (INSL3)
-
Het insuline receptor gen
genaamd GREAT
-
En het calcitonin
gerelateerde peptide genaamd CGRP.
Theoretisch is het zelfs zeer
wel mogelijk dat alle genen die ook betrokken zijn op het coderen van
enzymen binnen de steroïden en de insuline productie zoals het INSL3 een rol
spelen in onderlinge relaties. Vanuit onderzoeken inzake cryptorchidie bij
mensen blijken hier relaties te liggen, en ook bij honden is er niet één
specifiek gen gevonden dat cryptorchidie veroorzaakt.
Oproep voor medewerking
In het laboratorium van
Meyer-Wallen wordt op dit moment gezocht naar een DNA test voor cryptorchidie.
Dat is nogal ingewikkeld, vanwege o.a. de tenminste drie betrokken genen, maar
ook omdat ter vergelijking niet alleen het bloed van een aangedane reu, maar ook
van zijn vader, moeder en eventueel zelfs grootvaders en grootmoeders moet
worden onderzocht.
Het team geeft aan dat de
grootst mogelijk zorg besteed zal worden aan het geheimhouden van de namen van
de honden en de eigenaren. De bloedjes worden enkel gebruikt voor het uitzoeken
van een DNA test.
Het Genootschap
Spanielbreeders buigt zich over mogelijkheden om Meyer-Wallen hulp te bieden bij
en met haar onderzoek naar erfelijke cryptorchidie.

|