|
Afrikaanse dorpshonden zijn genetisch meer divers dan huidige rashonden
Uit onderzoek van
Elaine Ostrander is gebleken dat Afrikaanse dorpshonden niet, zoals lang
gedacht, een genetische mengeling zijn van allerlei rassen door elkaar. Nee,
Afrikaanse dorpshonden zijn, zoals nu blijkt, directe afstammelingen van een
zeer oude inheemse genenpool. Dat is althans wat het Cornell laboratorium
concludeert na het genetisch onderzoeken van honderden verschillende Afrikaanse
dorpshonden.
Wat betekent
dit?
Dat betekent dat
dorpshonden in de meeste Afrikaanse regio's genetisch te onderscheiden zijn van
niet-inheemse rassen en van gemengde rassen. Ze zijn ook meer genetisch divers,
omdat zij niet geselecteerd zijn door een strenge fokkerij, die kunstmatig genen
selecteert en rassen vernauwt tot gewenste en specifieke genenpolen.
De studie, online
gepubliceerd op 3 augustus 2006, in het Tijdschrift de van de National Academy
of Sciences, werpt nieuw licht op de nog deels onverklaarde geschiedenis van de
domesticatie van de hond door de mens.
Genen en
geschiedenis
Toekomstig verder
genetisch onderzoek werk kan helpen het tijdstip en de locaties van de hond en
de domesticatie van honden te verklaren. Hoe hebben honden zich aangepast aan de
Afrikaanse milieu, aan de menselijke nederzettingen en veranderingen in voeding?
Zijn daarbij belangrijke vragen.
Wanneer je namelijk
ander voedsel tot je gaat nemen, zullen daar genetische aanpassingen voor
aanwezig moeten zijn of mogelijk worden gemaakt. Elk dier heeft namelijk een
genetische bepaaldheid voor zijn voedsel. Dat is ook een van de redenen dat
dieren uitsterven. Als het voedsel veranderd zullen er altijd individuen zijn
die niet overleven, omdat hij spijsvertering niet kan aanpassen aan de
veranderende omstandigheden. Dit is evolutie in een notendop.
"De genen van de
moderne rassen clusteren bij elkaar in een kleine groep, maar de Afrikaans
dorpshonden die in de steekproef opgenomen zijn, hebben een veel grotere
diversiteit genetisch laten zien," aldus hoofdauteur Adam Boyko, onderzoeker in
het lab van Carlos Bustamante.
Veldonderzoekers van
de Universiteit van California, die deel uitmaken van de Cornell-groep hebben
met het onderzoeken van het DNA van honderden honden uit zeven regio's in
Egypte, Oeganda en Namibië, een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontrafeling
van het oorspronkelijke hondengenoom.
Ze hebben ook naar
rashonden gekeken, waaronder uit Afrika, Puertoricaanse honden en honden van
gemengde ras uit de Verenigde Staten. Onderzoekers en dierenartsen hebben ook
foto's en gegevens over gewicht, leeftijd, kleur van de vacht en
lichaamsafmetingen en bloedmonsters onderzocht. En dit alles wordt vastgelegd in
de Canine DNA-Bank op het Baker Institute for Animal Health, onderdeel van
Cornell's College of Veterinary Medicine. Zij houden een inmiddels groeiend
archief bij van DNA van honden over de hele wereld.
De bovengenoemde
onderzoekers en hun collega's gebruikten een computerprogramma om de genetische
diversiteit van de monsters van de honden terug te kunnen voeren naar de eerste
honden. We noemen dit historische tracks.
Aan de hand van die
tracks ontdekten zij dat de Afrikaanse dorpshonden een genetisch mozaïek zijn
van de inheemse honden, die oorspronkelijk afstammen van vroege migranten die
naar Afrika zijn verhuisd en hun honden (blijkbaar) hebben meegenomen. De honden
bleken namelijk NIET af te stammen van inheemse gemengde rassen.
De onderzochte
Afrikaanse rassen, zoals de Farao honden en Rhodesian Ridgebacks blijken
geclusterde genetisch materiaal te hebben van niet-inheemse honden. Dat
suggereert dat ze afkomstig zijn van buiten Afrika.
Genetische
herkomst van Afrikaanse honden in vergelijking met rashonden
Een eerdere studie
van het dorpshond genoom bevestigt dat de gedomesticeerde honden waarschijnlijk
afkomstig zijn uit Euraziatische wolven zo'n 15.000 tot 40.000 jaar geleden.
Verder wisten de onderzoekers te melden dat de Oost-Aziatische dorpshonden meer
genetische diversiteit hebben dan alle anderen in de steekproef opgenomen honden
voor deze studie. Hetgeen suggereert dat de eerste honden in Oost-Azië zijn
gedomesticeerd.
Maar de Afrikaanse
dorpshonden onderzocht in deze studie, toonden dezelfde genetische diversiteit,
waardoor de lang geldende bewering dat de honden voor het eerst werden
gedomesticeerd in Oost-Azië opnieuw vragen oproept.
De onderzoeksgroep
blijft monsters verzamelen op allerlei locaties wereldwijd, met inbegrip van de
Amerika, om zo te proberen te ontdekken waar de moderne rassen zijn ontstaan en
hoeveel genetische diversiteit verloren is gegaan met de ontwikkeling van de
moderne rassen.
De onderzoekers zijn
geïnteresseerd in het samenwerken met hondeneigenaren en lokale dierenartsen om
meer DNA-monsters van honden te halen uit alle uithoeken van de wereld.
Co-auteurs opgenomen
Heidi Parker en Elaine Ostrander, genetici aan het National Human Genome
Research Institute, Rory Todhunter, een professor in de klinische wetenschappen
in Cornell's College of Veterinary Medicine, en Paul Jones, een genetische
onderzoeker bij het Waltham Centre for Pet Nutrition in de Verenigd Koninkrijk,
onder anderen.
De studie werd
gefinancierd door het Cornell's Center for Genomics voor gewervelde dieren. In
samenwerking met het Departement Klinische Wetenschappen en Baker Institute of
Animal Health, de National Institutes of Health en de National Science
Foundation.
Bron: Science
Daily augustus 2009

|