Voorbeelden van syndromen
Het CHARGE-syndroom
in dit geval een goed voorbeeld om duidelijk te maken wat voor grote gevolgen
een afwijking aan een enkel gen kan veroorzaken: Vanwege een enkel gendefect kan
een gevarieerd beeld ontstaan met oogafwijkingen (coloboma), hartafwijkingen,
choane atrisie (geen verbinding tussen neusholte en keel),
ontwikkelingsachterstand, achterblijvende groei, onderontwikkelde
geslachtsorganen, oorafwijkingen, asymmetrie in het gezicht, epilepsie en
handafwijking (te korte, te kromme of aan elkaar gegroeide vingers),
wervelafwijkingen, late puberteit, nierafwijkingen (hoefijzernier), gespleten
lip of gehemelte, slikproblemen.
Bij een syndroom is vaak sprake van grote variatie in skelet en organen waarin
de symptomen tot uiting komen en is er afgesproken dat als er 3 duidelijk
aanwijsbare met elkaar samenhangende afwijkingen zijn (zoals bij het syndroom van Down
het uiterlijk, de oogplooi en de gedrongen houding) volgens vastgestelde
criteria, sprake is van het CHARGE syndroom.
Het WAGR syndroom
In
sommige gevallen kan door bepaalde mutaties ook de informatie van het gen
ernaast beïnvloed worden. Die genetische mutatie kan dan ook aanvullende
afwijkingen geven. Dat kan voorkomen bij anaridie (een aanlegstoornis van het
oog). Deze aanlegstoornis wordt veroorzaakt door een mutatie op het PAX6 gen,
maar dat ligt naast het WT1 gen. En dat laatste gen is verantwoordelijk voor de
urigenitale ontwikkeling, en het veroorzaakt Wilms tumoren. De kans dat een
aniridie-patient OOK afwijkingen in het WT1 gen vertoont blijkt 67 % te zijn.
Samen vormen deze verschijnselen het WAGR syndroom.
Het Musladin-Leuke Syndrome
(Chinese Beagle Syndrome)
Dit
syndroom is heel karakteristiek, vaak is het gemakkelijk een hond met dit
syndroom te identificeren. Beagles met MLS hebben korte tenen en lopen op hun
tenen (net als een ballerina). Ze hebben een strakke huid, hun lichamen voelen
hard door de strakke huid en de strakke spieren, vaak zijn ze erg gespierd. Ze
hebben een platte schedel, hoog aangezette stijve oren en spleetogen. Hun
staarten staan recht naar achteren en zijn vaak geknikt . Het syndroom kan
worden vastgesteld vanaf 2 a 3 weken leeftijd, na ongeveer een jaar stabiliseert
het syndroom zich en wordt het niet erger.
Het is
belangrijk aan te geven dat er verschillende graden van afwijkingen zijn en dat
elk van de bovenstaande indicatoren een MLS drager of lijder kan aanduiden.
Conclusie
Zoals
hierboven duidelijk is gemaakt kan een syndroom heel verschillende uitingsvormen
hebben en zouden alle op het oog ongerelateerde verschijnselen als een
geheel moeten worden gezien. En daarbij moet niet in de laatste plaats de hele
afstamming van de aangedane hond in ogenschouw worden genomen.
|