|
Canine fucosidosis
Canine Fucosidosis is een ernstige, progressieve
en uiteindelijk dodelijke ziekte die het ras van de Engelse Springer Spaniel (ESS)
aantast. Het is een erfelijke aandoening in het ras en naar verluidt komt het
voor in Engeland, in Europa en in Australië.
Autosomaal recessieve vererving
Deze ziekte wordt via een autosomaal recessieve
vererving overgedragen en ontstaat door een mutatie in het gen dat het enzym
alpha-L-fucosidase codeert. Dit enzym zorgt voor de afbraak van complexe
moleculen (polysachariden) zodat ze kunnen worden hergebruikt en/of uit de
cellen kunnen worden verwijderd. De mutatie veroorzaakt een tekort aan dit enzym
waardoor er een opeenstapeling van polysachariden in de cel ontstaat. Deze
abnormale stapeling kan het normale functioneren van de cel beïnvloeden.
Symptomen
De ziekte treft jong volwassen honden tussen de
18 maanden en 4 jaar en wordt gekenmerkt door tekenen van nervositeit die binnen
een tijdsbestek van enkele maanden steeds sterker naar voren treden. Bij deze
symptomen horen o.a.:
-
stoornis van de bewegingscoördinatie en het
evenwicht (verlies van controle over de beweging)
-
verandering in temperament
-
verlies van aangeleerd gedrag
-
verlies van evenwicht
-
ogenschijnlijke doofheid
-
aantasting van het gezichtsvermogen
-
en een variërende mate van depressiviteit.
De bewegings- en evenwichtstoornis tast alle vier
de poten aan en is vooral duidelijk te zien wanneer honden met deze aandoening
op een gladde vloer lopen of wanneer ze proberen een moeilijke beweging te maken
zoals bijvoorbeeld omdraaien. Daarbij komt dat honden met deze aandoening
afvallen. Ook kunnen zij soms spijsverteringsstoornissen hebben, zoals
slikproblemen, braken of diarree. De ziekteverschijnselen verergeren vrij snel
en de honden overlijden meestal binnen een paar weken na het begin van de eerste
symptomen.
Het enzym alpha-L-fucosidase
De ziekte wordt veroorzaakt door het ontbreken
van het enzym alpha-L-fucosidase. Dit enzym is een van de vele enzymen die
noodzakelijk zijn om ingewikkelde verbindingen om te zetten in eenvoudige
moleculen die het lichaam nodig heeft. Wanneer dit enzym afwezig is wordt de weg
geblokkeerd en worden de ingewikkelde verbindingen aangemaakt in de cellen van
het zieke dier. Deze foute stoffen stapelen zich op in de lymfeklieren, in de
lever en de alvleesklier, in de nieren en de longen en het beenmerg.
Maar het meest belangrijk is de opeenstapeling
van deze foute stoffen in de hersenen en het perifere zenuwstelsel. Ze
belemmeren daar het normaal functioneren en geven aanleiding tot de symptomen
zoals hierboven beschreven, uiteindelijk resulterend in de dood.
Identificatie van het enzym
Gelukkig is het verkeerde gen dat
verantwoordelijk is voor deze ziekte in het midden van de jaren negentig
geïdentificeerd. De School of Veterinary Medicine in Pennsylvania ontdekte het
moleculaire defect dat de afwijking veroorzaakt en ontwikkelde een DNA test.
Sinds 1997 is er een DNA test verkrijgbaar via de Animal Health Trust in
Newmarket (UK) die het mogelijk maakt om zeer nauwkeurig de genetische status
van iedere hond te bepalen als zijnde:
Voor die tijd moesten we, vanaf ongeveer 1983,
vertrouwen op het testen van bloedmonsters om de activiteit van het enzym
alpha-L-fucosidase in zowel het bloedplasma als in de witte bloedcellen (leukocytes)
te ontdekken.
Ofschoon deze vroegere bloedproeven het mogelijk
maakten om een diagnose te stellen welke dieren “ziek” waren en welke “dragers”
en welke “vrij”, was er een zekere mate van overlap tussen dragers en vrijen
(het grijze gebied).
Er zouden dus problemen kunnen ontstaan met de
honden waarvan de uitslagen van de tests binnen dit “grijze grensgebied” lagen.
Verklaarbare vergissingen uit het verleden
Al jarenlang zijn fokkers die gebruik maken van
deze oorspronkelijke enzymentest door blijven gaan met fokken met wat zij
veronderstelden dat het vrije honden waren. Jammer genoeg stond deze enzymentest
bekend als zijnde niet 100% betrouwbaar. Dit feit werd nog versterkt door de
ontdekking dat een Stud Dog die op enzymen getest, vrij verklaard werd, maar
later een drager bleek te zijn en aangedane nakomelingen bleek te hebben
geproduceerd.
Door voor deze dekreu een latere DNA test te doen
bleek hij inderdaad drager te zijn.
Statistieken
Wanneer we kijken naar de statistieken over het
DNA onderzoek op Canine Fucosidosis (1997 – 2008), dan heeft de Animal Health
Trust een totaal van 1.267 Engelse Springer Spaniels getest. Daarvan kwamen er
488 uit Engeland en 779 van elders. De tests hebben een totaal geïdentificeerd
van :
-
11 lijders (7 uit Engeland en 4 van elders)
-
94 dragers (23 uit Engeland en 71 van elders)
-
1.162 normale of vrije (458 uit Engeland en
704 van elders).
Dit laat zien dat over het geheel:
7.4% van de ESS die de afgelopen 12 jaar met een
DNA test op Fucosidosis getest zijn als dragers geïdentificeerd zijn (dit was
9.2% in 2004) en 0.86% op het totaal dat geïdentificeerd is als lijders (dit was
0.97% in 2004).
Het werken met een DNA test geeft duidelijk in de
achterliggende jaren aan dat het aantal dragers en lijders afneemt. DNA testen
kunnen een positieve invloed hebben op de totale fokpopulatie.
Mijn hond laten testen
De DNA test geeft drie mogelijke uitslagen:
-
Uw hond is vrij en heeft twee gezonde allelen.
De hond heeft geen verschijnselen en wat belangrijk is, hij/zij kan de
afwijking niet doorgeven aan de volgende generatie.
-
Uw hond is drager en heeft één gezond en één
defect allel. De hond zal geen verschijnselen van Fucosidosis krijgen maar
zal wel het mutante allel aan de helft van zijn of haar nakomelingen
doorgeven.
-
Uw hond is lijder en heeft dus twee defecte
allelen. De hond zal het defecte allel aan alle nakomelingen doorgeven en
zal de nadelen van een opeenstapeling van deze polysachariden in zijn
lichaam ondervinden. In dit geval is uw hond zelf behept met de aandoening
en zal hij/zij de symptomen ontwikkelen in de loop van zijn/haar leven.
Door gebruik te maken van de huidige mogelijkheid
van deze DNA kunnen fokkers hun fokprogramma daarop afstemmen waardoor het in de
toekomst mogelijk wordt deze dodelijke ziekte uit te fokken. Een steeds groter
aantal honden wordt nu erfelijk vrij geboren waardoor de noodzaak om ze te
testen niet meer aan de orde is.
Als fokkers toch graag willen fokken met een
drager om zodoende uitstekende fokkwaliteiten en temperament niet op te hoeven
offeren, dan is dat oké mits een drager nooit wordt gedekt door een andere
drager of een hond die niet getest is.
In principe zouden nooit twee ongeteste honden
gepaard moeten worden, willen we de aandoening uitfokken. Door een vrije met en
drager te laten paren kunnen er geen lijders gefokt worden, maar kunnen wel
dragers geboren worden. Ofschoon dat geen ideale situatie is, is het wel
acceptabel, totdat fokkers de goede vrije hond vinden die ook de ideale stamhond
blijkt te zijn om de foklijnen voort te zetten en op den duur zal er steeds
minder behoefte zijn om een drager te gebruiken voor de fok.
Fokprogramma Kennelclub in Engeland
In november 2004 vond er een belangrijke
ontwikkeling plaats toen de Kennel Club de aanvaarding van een ESS Fokprogramma
voor Fucosidosis ( fase1) bevestigde. Dit programma was naar voren gebracht door
ESS fokkers in Engeland. De resultaten van alle Fucosidosis DNA tests zullen nu
ingevoerd worden in de Kennel Club database van de KC Breed Record Supplement
(supplement Fok Registratie).
Op Registratie Documenten en in lijsten die op de
KC website Health (pagina’s gezondheid) staan kunt u de uitslagen vinden. Dit
plan geeft ook de mogelijkheid om die honden te vermelden die vrij zijn, dat wil
zeggen waarvan beide ouders DNA vrij getest zijn of waarvan beide ouders over
hun ouders vrij zijn.
Gereguleerd fokken met inzet van dragers
Binnen een fokprogramma is beheersing van
erfelijke afwijkingen in het ras van het grootste belang. Een verdere
verspreiding van dit foute gen moet worden voorkomen. Soms wil men dit heel
rigoureus doen door alle dragers en lijders aan de afwijking uit te sluiten,
maar dat is niet verstandig. Het onmiddellijk uitsluiten van alle dragers en
lijders aan de afwijking zou kunnen leiden tot een geweldige afname van de
genenpool met als gevolg een sterke toename van inteelt. Hierdoor neemt de
vitaliteit van het ras af en kunnen er andere erfelijke afwijkingen ontstaan.
Elke hond, ook die met defecte allelen, heeft veel goede en waardevolle genen
die men voor het ras dient te behouden.
Selectieprogramma’s dienen langzaam en zorgvuldig
te worden uitgevoerd om genen die de moeite waard zijn te behouden. Op dit punt
dienen rasverenigingen hun verantwoordelijkheid ten opzichte van hun ras te
nemen. Met het beschikbaar komen van DNA testen, zoals die van Fucosidosis,
kunnen selectieprogramma’s gemaakt worden die voldoende generaties beslaan om er
zeker van te zijn dat er geen aanslag gepleegd wordt op de genenpool van het
betreffende ras. Daardoor blijft de erfelijke variatie van het ras behouden.
Ethische richtlijnen voor fokkers
-
Eigenaren moeten er zeker van zijn dat alle
dekreuen en fokteven met een DNA test op Fucosidosis getest zijn of een
product zijn van twee op DNA geteste vrije honden (d.w.z. erfelijk vrij).
-
Alle DNA test formulieren van de Animal
Health Trust (of iedere andere organisatie die de DNA testen uitvoert)
moeten ondertekend zijn door fokkers/eigenaren waarmee ze toestemming geven
deze formulieren door te sturen naar Het Genootschap Spanielbreeders en de
betreffende Rasvereniging ter publicatie en om deze bij de registratie
documenten te voegen.
-
Bezitters van dekreuen moeten controleren of
fokteven die naar hen gebracht worden DNA zijn getest of dat zij het product
zijn van op DNA geteste vrije of “erfelijk vrije” ouders. Dit geldt
omgekeerd ook voor de fokteven.
-
Beide partijen moeten vooraf aan elkaar
bekend maken of een van hen op DNA getest is als drager.
-
Een hond waarvan bekend is dat hij/zij drager
is moet nooit paren met een andere drager.
-
In gevallen waar een drager paart met een
vrije moeten alle nakomelingen op DNA getest worden voordat ze ergens
geplaatst worden.
-
Nieuwe eigenaren moeten geïnformeerd worden
over de genetische status van hun hond.
Om te onthouden
-
Een DNA test heeft maar één keer in een
hondenleven gedaan te worden
-
Een DNA test is 100% betrouwbaar
-
Een DNA test zorgt ervoor dat het, althans
voorlopig, veilig is om voor de fok geïdentificeerde dragers te gebruiken.

|