Colofon >>>

Disclaimer >>>

 
  Laatste update:

zaterdag 08 mei 2010

Nieuws

 

 

Bestuur

Bestuurszaken

Statuten / HHR

Lidmaatschap

Donateurs

Belangrijke organisaties

Links leden

Inlog leden

Rasvereniging / Rassen

Gezondheid

Genetica

Publicaties

Aanvullende informatie

Overlijden

 

 

 

 

 

Canine fucosidosis

Canine Fucosidosis is een ernstige, progressieve en uiteindelijk dodelijke ziekte die het ras van de Engelse Springer Spaniel (ESS) aantast. Het is een erfelijke aandoening in het ras en naar verluidt komt het voor in Engeland, in Europa en in Australië.

 

Autosomaal recessieve vererving

Deze ziekte wordt via een autosomaal recessieve vererving overgedragen en ontstaat door een mutatie in het gen dat het enzym alpha-L-fucosidase codeert. Dit enzym zorgt voor de afbraak van complexe moleculen (polysachariden) zodat ze kunnen worden hergebruikt en/of uit de cellen kunnen worden verwijderd. De mutatie veroorzaakt een tekort aan dit enzym waardoor er een opeenstapeling van polysachariden in de cel ontstaat. Deze abnormale stapeling kan het normale functioneren van de cel beïnvloeden.

 

Symptomen

De ziekte treft jong volwassen honden tussen de 18 maanden en 4 jaar en wordt gekenmerkt door tekenen van nervositeit die binnen een tijdsbestek van enkele maanden steeds sterker naar voren treden. Bij deze symptomen horen o.a.:

  • stoornis van de bewegingscoördinatie en het evenwicht (verlies van controle over de beweging)

  •  verandering in temperament

  • verlies van aangeleerd gedrag

  • verlies van evenwicht

  • ogenschijnlijke doofheid

  • aantasting van het gezichtsvermogen

  • en een variërende mate van depressiviteit.

 

De bewegings- en evenwichtstoornis tast alle vier de poten aan en is vooral duidelijk te zien wanneer honden met deze aandoening op een gladde vloer lopen of wanneer ze proberen een moeilijke beweging te maken zoals bijvoorbeeld omdraaien. Daarbij komt dat honden met deze aandoening afvallen. Ook kunnen zij soms spijsverteringsstoornissen hebben, zoals slikproblemen, braken of diarree. De ziekteverschijnselen verergeren vrij snel en de honden overlijden meestal binnen een paar weken na het begin van de eerste symptomen.

 

Het enzym alpha-L-fucosidase

De ziekte wordt veroorzaakt door het ontbreken van het enzym alpha-L-fucosidase. Dit enzym is een van de vele enzymen die noodzakelijk zijn om ingewikkelde verbindingen om te zetten in eenvoudige moleculen die het lichaam nodig heeft. Wanneer dit enzym afwezig is wordt de weg geblokkeerd en worden de ingewikkelde verbindingen aangemaakt in de cellen van het zieke dier. Deze foute stoffen stapelen zich op in de lymfeklieren, in de lever en de alvleesklier, in de nieren en de longen en het beenmerg.

Maar het meest belangrijk is de opeenstapeling van deze foute stoffen in de hersenen en het perifere zenuwstelsel. Ze belemmeren daar het normaal functioneren en geven aanleiding tot de symptomen zoals hierboven beschreven, uiteindelijk resulterend in de dood.

 

Identificatie van het enzym

Gelukkig is het verkeerde gen dat verantwoordelijk is voor deze ziekte in het midden van de jaren negentig geïdentificeerd. De School of Veterinary Medicine in Pennsylvania ontdekte het moleculaire defect dat de afwijking veroorzaakt en ontwikkelde een DNA test. Sinds 1997 is er een DNA test verkrijgbaar via de Animal Health Trust in Newmarket (UK) die het mogelijk maakt om zeer nauwkeurig de genetische status van iedere hond te bepalen als zijnde:

  • Vrij (vrij van de ziekte)

  • Drager

  • Lijder (aangetast door de aandoening.

Voor die tijd moesten we, vanaf ongeveer 1983, vertrouwen op het testen van bloedmonsters om de activiteit van het enzym alpha-L-fucosidase in zowel het bloedplasma als in de witte bloedcellen (leukocytes) te ontdekken.

Ofschoon deze vroegere bloedproeven het mogelijk maakten om een diagnose te stellen welke dieren “ziek” waren en welke “dragers” en welke “vrij”, was er een zekere mate van overlap tussen dragers en vrijen (het grijze gebied).

Er zouden dus problemen kunnen ontstaan met de honden waarvan de uitslagen van de tests binnen dit “grijze grensgebied” lagen.

 

Verklaarbare vergissingen uit het verleden

Al jarenlang zijn fokkers die gebruik maken van deze oorspronkelijke enzymentest door blijven gaan met fokken met wat zij veronderstelden dat het vrije honden waren. Jammer genoeg stond deze enzymentest bekend als zijnde niet 100% betrouwbaar. Dit feit werd nog versterkt door de ontdekking dat een Stud Dog die op enzymen getest, vrij verklaard werd, maar later een drager bleek te zijn en aangedane nakomelingen bleek te hebben geproduceerd.

Door voor deze dekreu een latere DNA test te doen bleek hij inderdaad drager te zijn.

 

Statistieken

Wanneer we kijken naar de statistieken over het DNA onderzoek op Canine Fucosidosis (1997 – 2008), dan heeft de Animal Health Trust een totaal van 1.267 Engelse Springer Spaniels getest. Daarvan kwamen er 488 uit Engeland en 779 van elders. De tests hebben een totaal geïdentificeerd van :

  1. 11 lijders (7 uit Engeland en 4 van elders)

  2. 94 dragers (23 uit Engeland en 71 van elders)

  3. 1.162 normale of vrije (458 uit Engeland en 704 van elders).

 

Dit laat zien dat over het geheel:

7.4% van de ESS die de afgelopen 12 jaar met een DNA test op Fucosidosis getest zijn als dragers geïdentificeerd zijn (dit was 9.2% in 2004) en 0.86% op het totaal dat geïdentificeerd is als lijders (dit was 0.97% in 2004).

Het werken met een DNA test geeft duidelijk in de achterliggende jaren aan dat het aantal dragers en lijders afneemt. DNA testen kunnen een positieve invloed hebben op de totale fokpopulatie.

 

Mijn hond laten testen

De DNA test geeft drie mogelijke uitslagen:

  1. Uw hond is vrij en heeft twee gezonde allelen. De hond heeft geen verschijnselen en wat belangrijk is, hij/zij kan de afwijking niet doorgeven aan de volgende generatie.

  2. Uw hond is drager en heeft één gezond en één defect allel. De hond zal geen verschijnselen van Fucosidosis krijgen maar zal wel het mutante allel aan de helft van zijn of haar nakomelingen doorgeven.

  3. Uw hond is lijder en heeft dus twee defecte allelen. De hond zal het defecte allel aan alle nakomelingen doorgeven en zal de nadelen van een opeenstapeling van deze polysachariden in zijn lichaam ondervinden.  In dit geval is uw hond zelf behept met de aandoening en zal hij/zij de symptomen ontwikkelen in de loop van zijn/haar leven.

 

Door gebruik te maken van de huidige mogelijkheid van deze DNA kunnen fokkers hun fokprogramma daarop afstemmen waardoor het in de toekomst mogelijk wordt deze dodelijke ziekte uit te fokken. Een steeds groter aantal honden wordt nu erfelijk vrij geboren waardoor de noodzaak om ze te testen niet meer aan de orde is.

 

Als fokkers toch graag willen fokken met een drager om zodoende uitstekende fokkwaliteiten en temperament niet op te hoeven offeren, dan is dat oké mits een drager nooit wordt gedekt door een andere drager of een hond die niet getest is.

In principe zouden nooit twee ongeteste honden gepaard moeten worden, willen we de aandoening uitfokken. Door een vrije met en drager te laten paren kunnen er geen  lijders gefokt worden, maar kunnen wel dragers geboren worden. Ofschoon dat geen ideale situatie is, is het wel acceptabel, totdat fokkers de goede vrije hond vinden die ook de ideale stamhond blijkt te zijn om de foklijnen voort te zetten en op den duur zal er steeds minder behoefte zijn om een drager te gebruiken voor de fok.

 

Fokprogramma Kennelclub in Engeland

In november 2004 vond er een belangrijke ontwikkeling plaats toen de Kennel Club  de aanvaarding van een ESS Fokprogramma voor Fucosidosis ( fase1) bevestigde. Dit programma was naar voren gebracht door ESS fokkers in Engeland. De resultaten van alle Fucosidosis DNA tests zullen nu ingevoerd worden in de Kennel Club database van de KC Breed Record Supplement (supplement Fok Registratie).

Op Registratie Documenten en in lijsten die op de KC website Health (pagina’s gezondheid) staan kunt u de uitslagen vinden. Dit plan geeft ook de mogelijkheid om die honden te vermelden die vrij zijn, dat wil zeggen waarvan beide ouders DNA vrij getest  zijn of waarvan beide ouders over hun ouders vrij zijn.

 

Gereguleerd fokken met inzet van dragers

Binnen een fokprogramma is beheersing van erfelijke afwijkingen in het ras van het grootste belang. Een verdere verspreiding van dit foute gen moet worden voorkomen. Soms wil men dit heel rigoureus doen door alle dragers en lijders aan de afwijking uit te sluiten, maar dat is niet verstandig. Het onmiddellijk uitsluiten van alle dragers en lijders aan de afwijking zou kunnen leiden tot een geweldige afname van de genenpool met als gevolg een sterke toename van inteelt. Hierdoor neemt de vitaliteit van het ras af en kunnen er andere erfelijke afwijkingen ontstaan. Elke hond, ook die met defecte allelen, heeft veel goede en waardevolle genen die men voor het ras dient te behouden.

Selectieprogramma’s dienen langzaam en zorgvuldig te worden uitgevoerd om genen die de moeite waard zijn te behouden. Op dit punt dienen rasverenigingen hun verantwoordelijkheid ten opzichte van hun ras te nemen. Met het beschikbaar komen van DNA testen, zoals die van Fucosidosis, kunnen selectieprogramma’s gemaakt worden die voldoende generaties beslaan om er zeker van te zijn dat er geen aanslag gepleegd wordt op de genenpool van het betreffende ras. Daardoor blijft de erfelijke variatie van het ras behouden.

 

 

Ethische richtlijnen voor fokkers

  1. Eigenaren moeten er zeker van zijn dat alle dekreuen en fokteven met een DNA test op Fucosidosis getest zijn of een product zijn van twee op DNA geteste vrije honden (d.w.z. erfelijk vrij).

  2. Alle DNA test formulieren van de Animal Health Trust (of iedere andere organisatie die de DNA testen uitvoert) moeten ondertekend zijn door fokkers/eigenaren waarmee ze toestemming geven deze formulieren door te sturen naar Het Genootschap Spanielbreeders en de betreffende Rasvereniging ter publicatie en om deze bij de registratie documenten te voegen.

  3. Bezitters van dekreuen moeten controleren of fokteven die naar hen gebracht worden DNA zijn getest of dat zij het product zijn van op DNA geteste vrije of  “erfelijk vrije” ouders. Dit geldt omgekeerd ook voor de fokteven.

  4. Beide partijen moeten vooraf aan elkaar bekend maken of een van hen op DNA getest is als drager.

  5. Een hond waarvan bekend is dat hij/zij drager is moet nooit paren met een andere drager.

  6. In gevallen waar een drager paart met een vrije moeten alle nakomelingen op DNA getest worden voordat ze ergens geplaatst worden.

  7. Nieuwe eigenaren moeten geïnformeerd worden over de genetische status van hun hond.

 

Om te onthouden

  1. Een DNA test heeft maar één keer in een hondenleven gedaan te worden

  2. Een DNA test is 100% betrouwbaar

  3. Een DNA test zorgt ervoor dat het, althans voorlopig, veilig is om voor de fok geïdentificeerde dragers te gebruiken.

         

 

 

 
 

 

 

 

© Copyright GSB 2010