|
Myositis algemeen
Myositis is een
aandoening van de spieren. Deze zijn chronisch ontstoken. De ontsteking maakt de
spiercellen kapot. Spiercellen die eenmaal kapot zijn, worden door het lichaam
niet meer vervangen. Het effect is dat de spieren steeds zwakker worden. In de
meeste gevallen begint de ziekte in de ledematen, en verspreidt deze zich
langzaam over het gehele lichaam.
Afbeelding:
opbouw van een spier
Myositis kan op elke
leeftijd ontstaan. Bij mensen komt de aandoening vaker bij vrouwen voor dan bij
mannen. Bij honden is dat onbekend.
Er zijn twee vormen
van myositis; primaire myositis en secundaire myositis.
Primaire
myositis
Van primaire
myositis spreekt men indien nog slechts sprake is van een chronische ontsteking
van de spieren, maar nog geen andere verschijnselen te constateren zijn.
Primaire myositis is onder te verdelen in drie vormen:
-
Polymyositis; is
een vorm van myositis beperkt tot de ontstoken spieren in ledematen. Lijders
aan deze vorm hebben vaak veel pijn en verliezen spierkracht.
-
Dermatomyositis;
bij deze vorm raken niet alleen de spieren ontstoken, maar ook de huid.
Hierdoor ontstaan pijn en jeuk aan de huid, vooral rond de ogen en op de de
uitstekende booten van de poten/voeten.
-
Inclusion body
myositis; geeft in het begin dezelfde klachten als bij de eerste vorm,
polymyositis. Maar bij deze vorm raken meestal de spieren aan de onderkant
van de ledematen ontstoken.
Secundaire
myositis
In het geval van
secundaire myositis is naast de chronische spierontstekingen ook sprake van een
(reeds eerder aanwezige) bindweefselziekte. Voorbeelden van bindweefselziekten
die secundaire myositis kunnen veroorzaken (bij mensen) zijn:
-
Sclerodermie (systemische
sclerose)
-
Systemische
lupus erythematodes (SLE)
-
Chronisch
gewrichtsreuma (reumatoïde artritis, RA)
-
Syndroom van
Sjögren
Secundaire myositis
verloopt meestal milder dan primaire myositis. Er zijn minder pijnklachten en
minder verlies van spierkracht.
Voorlopig te
onderzoeken oorzaken van myositis
Er is nog geen
definitief uitsluitsel over het ontstaan van myositis. Wel is er een algehele
overeenstemming dat sprake is van een auto-immuun ziekte. In dit geval gaat de
myositis gepaard met een hyperactief immuunsysteem. Dat wil zeggen dat het
immuunsysteem te scherp staat afgesteld en ook aanvalt op lichaamseigen cellen
en biomoleculen. Of er een relatie is met IMHA is nog niet duidelijk, maar dat
is ook een auto-immuun ziekte.
De tweede mogelijke
oorzaak voor het ontstaan van myositis wordt gezocht in een relatie tussen de
aandoening en micro organismen als bacteriën. Met name wordt gezocht naar
veroorzakers als toxoplasmose, neospora en hepatozoen.
En voor mensen is er
een speciaal onderzoek dat kijkt of er een verband is met het gebruik van drugs
en medicijnen. Voor honden is dan met name dat laatste relevant. Er is namelijk
steeds vaker sprake ook bij honden, van langdurig medicijngebruik tegen
chronische aandoeningen. Onderzocht wordt of en welke medicijnen op lange
termijn als bijwerking hebben de ontwikkeling van auto-immuun ziekten.
En tot slot wil men
kijken en onderzoeken of myositis een bijeffect is van andere ziekten, zoals
bijvoorbeeld kanker.
Algemeen beeld
bij honden die myositis hebben
Honden die de
aandoening hebben kenmerken zich door:
-
Hoogdravend en
stijf gangwerk
-
Zwelling van
spieren en/of afnemende spierkracht
-
Spierpijn
-
Totale
verzwakking of lichamelijke zwakte
-
Uitputting en
geen lust tot wandelen of spelen
-
Moeite met
slikken
-
Ophoping van
vocht en slijm en onverteerd voedsel in de slokdarm
Diagnose
Om de diagnose te
kunnen vaststellen moet de dierenarts een complete bloedtest doen en kijken of
alle waarden, vooral creatine kinase, binnen de normale waarden liggen. Ook zal
een urinetest worden afgenomen.
Tevens moet een
spierbiopt worden afgenomen van verschillende spieren, omdat de ziekte zich heel
divers kan verspreiden in een hondenlichaam.
Bovendien moet
getest worden op antilichamen. Dit is vaak een van de bepalende indicatoren voor
vaststelling van myositis. Maar ter uitsluiting van andere aandoeningen dient
ook een infectietest te worden afgenomen. Evenals een barium sliktest, die kan
en zal uitwijzen of er problemen zijn met de slokdarm en het
spijsverteringskanaal.
Behandeling
De symptomen kunnen
poliklinisch behandeld worden, zoals het verzorgen van wonden, het verlichten
van de ontstekingspijnen en eventueel het verbeteren van de spijsvertering. Ook
kan gedacht worden aan een aangepast dieet. Indien sprake is van een auto-immuun
oorzaak wordt de behandeling vaak ondersteund met corticosteroïden, ter
onderdrukking van de ontstekingen. Maar hoe dan ook is vaak levenslange therapie
en behandeling noodzakelijk. In die zin is de prognose slecht, er zijn maar
weinig dieren die volledig genezen.
Kaakmyositis
ook wel Masticatory spiermyositis (MMM)
Helaas heeft ons het
nieuws bereikt dat er een Cocker Spaniel is, die gediagnosticeerd is met
Kaakmyositis. Dit is een zeer specifieke vorm van myositis, die steeds vaker bij
allerlei rashonden voorkomt. Wolfshonden en Duitse herders staan er om bekend.
Symptomen van
kaakmyositis
Bij Kaakmyositis is
net als bij ‘gewone myositis, sprake van een ontstekingsziekte. In dit geval
beïnvloed het de kauwfunctie van de hond.
Bij sommige rassen,
zoals de Golden Retriever, is een vergelijkbare aandoening bekend die de spieren
rond de ogen aantast.
De symptomen van MMM
omvatten het zwellen van de kaakspieren, het speekselen, en pijn bij het openen
van de mond. In geval sprake is van de aandoening rond de ogen komt dit tot
uiting als het hangen van de oogleden, het uitsteken van het derde ooglid en
rode ogen of uitstekende bolle ogen.
Bij de chronische
vorm van MMM treedt atrofie (afbreken)van de kaakspieren op, en kunnen zich
littekens vormen in de spieren vanwege de toename van het bindweefsel. Daardoor
kan de hond zijn bek niet meer openen. Indien de aandoening zich in het gelaat
voordoet, is deze meestal tweezijdig.
MMM wordt
veroorzaakt door de aanwezigheid van 2M vezels in de spieren van de kaak. Deze
typische 2M vezels worden niet elders in het lichaam gevonden. Deze zelfde 2M
vezels komen echter in het grotere perspectief van de biologie, wel voor in
membranen van bacteriën. Als gevolg daarvan herkent het lichaam deze vezels als
niet-eigen, en treedt er een natuurlijke immuun reactie op. Dit maakt dat
onderzoekers dus ook zoeken naar eventuele bacteriële infecties (uit het
verleden) om de aandoeningoorzaak te verklaren.
Maar zolang de
betreffende infectiehaard (bacterie) niet gevonden wordt, is in feite sprake van
een auto-immuun ziekte. Belangrijk voor de dierenarts is bij de behandeling een
bacteriële infectie uit te sluiten. Want indien aangedane dieren worden
behandeld met antibiotica, kan de aandoening verergeren.
Verwijzingen
-
Neumann J,
Bilzer T (2006). „Bewijsmateriaal voor MHC I-Beperkte CD8+ t-cel-Bemiddelde
immunopathology in hondsmasticatory spiermyositis en polymyositis“. De
Zenuw van de spier 33 (2): 215–24.
doi:10.1002/mus.20456.
PMID 16270307.
-
Ettinger, Stephen J.; Feldman, Edward C. (1995).
Handboek van Veterinaire Interne Geneeskunde, 4de E-D., W.B. Het
Bedrijf van Saunders.
ISBN 0-7216-6795-3.
-
Dewey, C.W.
(2005).
Wanorde van het Perifere Zenuwstelsel
(PDF). 50° Congresso Nazionale Multisala SCIVAC. teruggewonnen
2007-02-10.
-
Gelatt, Kirk
(2002).
Behandeling van Orbitale Ziekten in Kleine Dieren.
Werkzaamheden van het 27ste Congres van de Wereld van de Kleine Dierlijke
Veterinaire Vereniging van de Wereld. teruggewonnen
2007-02-10.
-
Chrisman, Cheryl; Clemmons, Roger; Mariani, Christopher;
Platt, Simon (2003). Neurologie voor de Kleine Dierlijke Vakman,
1st E-D., Nieuwe Media Teton.
ISBN 1-893441-82-2.
-
Clooten J, Hout J, Smith-Maxie L (2003). „Myasthenia
gravis en masticatory spiermyositis bij een hond“. Kan J doorlichten
44 (6): 480–3.
PMID 12839242.
http://www.marajuyo.nl/myositis.htm
Willem Hogenhout Groenendaeler fokker.

|