|
Lens
Cataract: volledige versie
Inleiding:
De bedoeling van dit artikel is om een antwoord te
geven op veel gestelde vragen in verband met lenstroebeling.
Wat verstaat men onder cataract ?
Elke niet-fysiologische witting of troebeling van
de lensvezels en/of kapsel. Deze troebeling is een optisch fenomeen en is o.a.
te wijten aan een verandering in fysiologischlamellaire ordening van de
lensvezels en/of aan structurele veranderingen in het lenskapsel zelf. Een
andere reden is een wijziging in cellulaire eiwitconcentratie.
Is cataract steeds even uitgebreid?
Neen, er bestaan verschillende
stadia.
Bij het optreden van de eerste tekenen van
cataract, als minder dan 10-15% van het lensvolume troebel is, spreken we van
een incepient of beginnend cataract.

Beginnend cataract
Bij verder voortschrijden komt er nog meer
troebeling. Er zijn echter nog steeds gebieden in de lens die helder zijn en
waardoor we het netvlies nog kunnen inspecteren. Deze vorm wordt dan
immatuur of onrijp genoemd. In dit stadium is de lens
osmotisch erg actief. Dit gaat gepaard met veranderingen in de lens zelf: nl.
binnendringen van vocht, vorming van spleten (“water-clefts”) en toename in
volume.

Immatuur cataract
Vanaf het ogenblik dat het netvlies niet meer geïnspecteerd
kan worden en de patiënt dus blind is aan dat oog, spreken we van een
matuur of rijp cataract.

Matuur cataract
Deze vorm kan dan nog verder evolueren naar
hypermatuur of overrijp. Een deel van de lens, vooral
de cortex, gaat vervloeien onder invloed van bepaalde enzymen (resorptie
cataract). Na verloop van tijd is het mogelijk dat een deel van het
netvlies opnieuw zichtbaar wordt en dat de patiënt een gedeelte van zijn
gezichtsvermogen terug krijgt. Er is meer kans tot deze spontane resorptie
indien het cataract verscheen tijdens de eerste levensjaren van de hond.

Hypermatuur cataract


Cocker met overrijp cataract, let op erg
hobbelige aflijning van voorste lenskapsel bij foto met zijzicht
Bij nader onderzoek zien we ook dat er plooien
verschijnen in het voorste lenskapsel. Dit gebeurt omdat afgebroken
lensproteïnen en water doorheen het intacte lenskapsel uit de lens zijn
gesijpeld. Met als gevolg dat het lensvolume verkleind is en dat het lenszakje
in verhouding te groot geworden is. Het verlies van lensinhoud in het oog geeft
dan weer aanleiding tot ontstekingen (uveïtis). Soms zijn er ook oplichtende
kristalvormige deeltjes zichtbaar; deze zijn afkomstig van afgebroken lensvezels
en proteïnen.
Als er voldoende cortex vervloeit, dan is het
mogelijk dat de kern van de lens naar de bodem van het lenszakje zakt. Dit
noemen we dan een Morgagnian cataract.

Morgagnian cataract
Bij de hypermature vorm zien we soms ook nog
afzettingen van wit materiaal onder het voorste lenskapsel. Ze kunnen ook
voorkomen onder het achterste lenskapsel maar deze worden pas waargenomen op het
ogenblik van de chirurgische lenswegname.
Hoe komt het dat mijn hond cataract krijgt?
Er zijn verschillende mogelijkheden: vb.
trauma, toxische producten, suikerziekte en ontsteking.
Maar in een groot aantal van de gevallen is het
optreden van cataract erfelijk bepaald. Dit zien we o.a. bij de
Standaard Poedel, Golden en Labrador Retriever, Cocker, Bobtail, Siberische
Husky,Tibetaanse Terriër en vele andere rassen. In dit geval wordt het ten
stelligste afgeraden om met de aangetaste hond te kweken. Bij erfelijk cataract
zien we vaak een typische verschijningsvorm afhankelijk van het ras en een
bepaalde leeftijd van optreden.
Het is ook mogelijk dat uw hond ook nog andere
oogafwijkingen heeft, die in feite verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van
dit cataract. Dan spreken we van secundair cataract. Tot deze
afwijkingen behoren o.a. lensluxatie, retina dysplasie en gPRA (gegeneraliseerde
progressieve retina atrofie).

Secundair cataract
gPRA staat voor gegeneraliseerde progressieve
retina atrofie. Hierbij begint de rand van het netvlies eerst dunner te worden.
De eerste tekenen zijn slechter zien als er minder licht is.
Mijn vorige hond had suikerziekte en kreeg
nadien beiderzijds een “witte pupil”, alhoewel we hem dagelijks een insuline
spuitje gaven.
Suikerzieke patiënten die worden behandeld met
insuline hebben een erg grote kans om na verloop van tijd toch cataract te
krijgen. Zelfs als ze goed geregeld zijn behouden ze een licht verhoogde
suikerspiegel, wat uiteindelijk nadelig is voor de lens.
Als het glucosegehalte in het bloed te hoog is,
wordt dit uiteindelijk in de lens omgezet tot sorbitol en fructose. Sorbitol
veroorzaakt een hypertoniciteit met opstapeling van nog meer water in de
lensvezels. De vezels zwellen en dit leidt tot verlies van transparantie. Het
gevolg is het optreden van een beiderzijds, symmetrisch en snel ontwikkelend
diabetes cataract.

Diabetes cataract
Bij onderzoek van een patiënt met lenstroebeling
wordt best steeds aan de eigenaar gevraagd of er klachten van PU/PD/polyfagie
zijn. Polyurie/polydipsie betekent veel plassen/veel drinken, polyfagie betekent
vraatzucht. Tevens worden ook het bloed en de urine op suiker getest.
Na een
oogonderzoek blijkt dat mijn hond “posterior subcapsulair cataract heeft. Wat
betekent dit?
Vooraleer hier verder op in te gaan willen we
eerst even de bouw van de lens uitleggen. In het midden van de lens bevindt zich
de kern of nucleus. Deze is volledig omgeven door
cortex. Langs de buitenkant zit het lenskapsel dat aan
de voorzijde van de lens dikker is dan aan de achterzijde. Om nu de juiste
plaats aan te duiden waar de troebeling zich bevindt, wordt gebruik gemaakt van
een aantal vaste termen. We zullen er enkele vernoemen:
-
nucleair : de troebeling zit in het binnenste ( de kern) van de lens
-
corticaal : dit wil
zeggen in het gebied tussen kern en kapsel
-
subcapsulair : d.i.
onder het lenskapsel

Subcapsulair cataract
Om nog nauwkeuriger de lokalisatie aan te duiden
kan er nog bij vermeld worden of die voor- of achteraan in de lens zit (anterior
of posterior).
Daarnaast zijn er termen om het uitzicht van de
troebeling te beschrijven, bv. spaakvormig, driehoekig.

Spaakvormig cataract
Welk is de vroegste leeftijd van optreden van
cataract?
Een bepaalde vorm kan al aanwezig zijn vanaf de
geboorte, we spreken dan van een congenitaal cataract. In principe
is deze zichtbaar vanaf het moment dat de oogjes open gaan. In de praktijk wordt
het vaak pas vastgesteld rond de leeftijd van 6-8 weken of later. Meestal is
deze vorm niet progressief. Er kan zelfs een lichte verbetering optreden tijdens
de groei, omdat de lens rond de plek nog groeit maar de plek zelf niet
verandert, zodat de troebeling in verhouding tot de lensdiameter kleiner wordt.
Als cataract optreedt tussen het eerste en achtste
levensjaar, dan spreken we van een juveniele vorm.
Bij nog later optredende troebelingen zeggen we
dat het een seniel cataract is.
De dierenarts heeft een plekje cataract gezien in
de lens van mijn hond. Gaat hij nu blind worden?
Het is niet altijd voorspelbaar of een troebeling
in de lens zal uitbreiden of niet. Is de witting enkel in de kern, dan is er
meer kans dat die stationair zal blijven. Zien we vacuolen (blaasjes) aan de
rand van de lens of in de cortex dan zal de troebeling heel waarschijnlijk wel
verder uitbreiden.
Mijn hond wordt al wat ouder en nu zie ik een
blauwige schijn in zijn lenzen. Is dit cataract?
Het is belangrijk om cataract te onderscheiden van
lenssclerose. In dit laatste geval treedt er een verdichting op in
het centrum van de lens ten gevolge van de ouderdom. Dit is een normale
fysiologische verandering. Gans het leven vormt de lens nieuwe vezels, maar de
snelste groei is wel gedurende het eerste levensjaar. Het lenskapsel beperkt
echter de uitzetting van de lens. Daardoor komt het dat de oudere vezels in het
centrum van de lens tegen elkaar geperst liggen. Dit zorgt voor de witblauwige
schijn in het midden van de pupil. De hond kan echter wel blijven zien doorheen
deze lens in tegenstelling tot “echt”cataract. De dierenarts kan met behulp van
geschikte toestellen (een directe en/of indirecte oftalmoscoop) het netvlies nog
steeds beoordelen. Enkel bij erg uitgebreide sclerose zijn kleine
oftalmoscopische details niet meer zo scherp zichtbaar.

Lenssclerose

Lenssclerose bij oudere Teckel
Het is ook mogelijk dat seniel (ouderdoms)
cataract en nucleaire sclerose samen voorkomen of aan elkaar voorafgaan.
Bestaan er medicijnen om de verdere
ontwikkeling van cataract tegen te gaan?
Tot hiertoe bestaan er nog geen medicijnen die
cataract ontwikkeling vertragen. Is er een plek in het midden van de gezichtsas,
dan kan er voor het dier verbetering zijn door het gebruik van een
mydriaticum. Dit product doet de pupil dilateren (verwijden) zodat de
patiënt terug voldoende kan zien rond deze plek. Als het cataract erg uitgebreid
is, dan helpt alleen een lensextractie om het gezichtsvermogen te verbeteren, en
enkel indien het achterliggend netvlies nog normaal werkt.
Mijn hond, die aan beide ogen cataract heeft, gaat
misschien geopereerd worden. Maar eerst gaat de dierenarts nog een ERG maken.
Waarom?
Als de
lenzen matuur cataract hebben, is het niet meer mogelijk om het netvlies (de
retina) te bekijken. Bij rassen waarbij gPRA voorkomt is het erg belangrijk het
netvlies te testen vooraleer tot chirurgie over te gaan. Want het feit dat de
pupillen verkleinen onder invloed van licht geeft geen voldoende zekerheid om te
besluiten dat de retina nog normaal werkt. Daarom wordt gebruikt gemaakt van een
elektroretinografie (ERG)-toestel. Eerst krijgt de hond een lichte verdoving en
vervolgens druppelen we een product in de ogen om de pupillen te verwijden. De
patiënt wordt minimum 15 minuten in het donker geplaatst. Erna wordt een
contactlens op het hoornvlies geplaatst en 2 elektroden op de kop (een op de
neus en een op het oor). Het ERG toestel produceert lichtflitsen, deze wekken
elektrische potentialen in het netvlies op, die dan worden gemeten. Op de
computer kunnen we via een curve aflezen of de retina nog voldoende werkt.
Indien het resultaat slecht is, wordt geen lensextractie uitgevoerd. Voor gPRA
zelf bestaat er tot nu toe nog geen behandeling.
Bron: oog-dierenartsen belgë

|