|
Von Willebrands
disease
Von Willebrands Disease (van
Hilary Jupp) is een stoornis in de bloedstolling bij honden en mensen. Hevige,
spontane bloedingen zoals die voorkomen bij hemofilie, zijn echter heel zeldzaam
bij Von Willebrands. Er gaan geruchten dat ook er ook Spanielrassen zijn die aan
deze aandoening leiden, vandaar een uitleg om onze leden/fokkers met deze
aandoening bekend te maken. Geruchten die overigens nog niet bevestigd zijn.
Honden die aan de ziekte
lijden:
·
Kunnen een langere periode van
loopsheid vertonen dan normaal, met meer bloedverlies dan normaal.
·
Zelfs na kleine chirurgische
ingrepen of tijdens het werpen kunnen er bloedingen optreden; de hond kan zelfs
doodbloeden.
·
De hond kan bloedingen van het
slijmvlies in de mond of neus krijgen.
·
De hond kan ook onderhuidse
bloedingen of kneuzingen krijgen, of zwellingen die onder de huid verschijnen.
·
Er kan bloed in urine of fecaliën
aanwezig zijn en er kan regelmatig diarree met of zonder bloedverlies optreden.
·
De huid, vooral van de oren, kan
droog, dun en schilferig zijn.
·
Er kan een overvloedige bloeding aan
de navelstreng optreden na de geboorte, bij het verwijderen van de
Hubertusklauwtjes, of wanneer de teennagels te kort worden geknipt.
·
De hond kan doodgaan tijdens een
narcose aangezien de ziekte de hond uiterst gevoelig maakt voor deze
doodsoorzaak.
Mate van aandoening
Echter, niet alle honden die
aan deze ziekte lijden, zullen daadwerkelijk gaan bloeden. Mogelijk zal dit
enkele keren tijdens hun leven voorkomen, maar niet altijd. De mate waarin de
Von Willebrands ziekte voorkomt, kan tijdens het leven van de hond veranderen,
waardoor honden die voorheen geen bloedingen vertoonden opeens wel gaan bloeden.
De waarde van de Von
Willebrands factor in het bloed kan stijgen als gevolg van loopsheid of
drachtigheid waardoor een ouder dier een hogere waarde kan vertonen dan het
gehad zou hebben op jongere leeftijd.
Voor de aanleg van verborgen
bloedingen (een ogenschijnlijke niet-bloeder) kan een fundamentele oorzaak
aanwezig zijn die wordt verergerd door stress zoals ziekte; vooral door een
virale aandoening omdat iedere virale infectie de stollingstijden van het bloed
kan verlengen door aantasting van de productie van bloedplaatjes en/of de
endothele cellen.
Vaccinaties met levend virus
hebben hetzelfde effect. Het onvolkomen homologe en dominante chromosoom zorgt
ervoor dat het bij alle rassen (behalve bij de Schotse Terriër en de Chesapeake
Bay Retriever) erfelijk is; hetgeen in simpele termen inhoudt dat het direct
doorgegeven wordt van de ene generatie op de volgende.
Vererving
Het is niet aan sekse
gebonden en komt in verschillende gradaties voor bij de honden die er aan
lijden. Iedere hond bij wie de aandoening geconstateerd is, moet minstens één
ouder hebben die ook aan de aandoening lijdt en zal het zelf doorgeven aan
enkele van zijn nazaten.
Het is waarschijnlijk dat de
nazaten erger zullen lijden aan de ziekte dan de ouder. In tegenstelling tot
hemofilie, treft Von Willebrands Disease beide geslachten. Honden die de
aandoening onder de leden hebben hoeven er niet noodzakelijkerwijs aan te lijden
(maar zullen het ondanks dat wel doorgeven aan hun nageslacht) en zij die er wel
aan lijden doen dit in verschillende gradaties.
Homozygoten (dieren die van
beide ouders het gen erfden) zullen meestal in de baarmoeder of vlak na de
geboorte sterven want het heeft een genetisch dodelijke uitwerking. Wanneer
beide ouders aan de Von Willebrands aandoening lijden, kan dit leiden tot
kleinere nesten dan gemiddeld, doodgeboren pupjes, (vooral niet volledig
ontwikkelde pupjes), of nauwelijks als hondje herkenbare pupjes opleveren.
Bij de Schotse Terriër en de
Chesapeake Bay Retriever is de aandoening zowel onvolkomen dominant als ook
recessief overdraagbaar. Het laatste houdt in dat het alleen voorkomt als beide
ouders er aan lijden of als beide ouders drager zijn; de genen voor de
aandoening moeten van beide ouders afkomstig zijn.
Von Willebrands en de
schildklier
Niettemin kan Von Willebrands
Disease een bijkomend verschijnsel zijn van een verminderde schildklierwerking,
in plaats van een op zichzelf staande kwaal. In deze gevallen zal behandeling
van de onderliggende oorzaak namelijk de schildklieraandoening, de Von
Willebrands aandoening wegnemen.
Door de aard van het gen dat
verantwoordelijk is voor de Von Willebrands aandoening, kunnen normale testen
voor de stolling van bloed niet gebruikt worden omdat het bloed van een dier dat
aan de aandoening lijdt, normale stollingstijden kan opleveren.
Meten van de Von Willebrands
waarde
De mate waarin de Von
Willebrands aandoening voorkomt, kan alleen vastgesteld worden door een
bloedmonster te testen op de Von Willebrands factor Antigen (VWFAg). Het
resultaat wordt uitgedrukt in een percentage. De aangetaste en de normale
gebieden lopen in elkaar over; hiermee is rekening gehouden bij de fokadviezen.
"Normaal" ligt tussen 60 en 72% naar 60-69% is verdacht en dieren die in dit
gebied vallen zouden alleen gekruist moeten worden met dieren die meer dan 70%
halen waarbij tevens alle pupjes getest moeten worden. Wanneer één van de pupjes
bij een test onder de 50 % komt, dan is de ouder met de lage, normale waarde een
drager en fokken met honden waarvan bekend is dat ze drager zijn, zou strikt
beperkt moeten worden. Deze lijn kan voortgezet worden door een hondje te
gebruiken die bij een test meer dan 70% behaald heeft.
7% is het niveau waaronder
het VWAg niet meer op te sporen is en dieren die deze waarde behalen tijdens een
test zijn ernstige lijders van de ziekte. Ieder dier met een testuitslag onder
de 50% is of een drager of een lijder. Met deze dieren zou nooit gefokt mogen
worden.
Pupjes kunnen getest worden
zodra ze gespeend zijn en groot genoeg om bloed af te laten nemen uit een ader.
Teefjes mogen niet getest worden binnen twee weken na de loopsheidperiode, als
ze drachtig zijn of binnen twee maanden na het werpen. Honden mogen niet getest
worden binnen 10 dagen na een vaccinatie omdat een vaccinatie het resultaat van
de test kan beïnvloeden.
Wanneer de hond medicijnen
krijgt als hij getest wordt, moeten gegevens over het type medicijn zowel als
over de dosering meegestuurd worden met het bloed. Begeleiding tijdens de
periode dat het bloed wordt afgenomen is heel belangrijk en kan in zekere mate
van invloed zijn op de resultaten. Het dier mag vele uren (12) voor het afnemen
van het bloed niet gegeten hebben en het bloedmonster moet zo snel als mogelijk
naar het laboratorium opgestuurd worden en de test moet onmiddellijk uitgevoerd
worden. Het bloed moet afgenomen worden met een naald van minimaal 8 mm dikte en
de ader mag bij voorkeur niet afgebonden worden!
Wat te doen?
Wanneer blijkt dat uw hond
drager of lijder is aan de Von Willebrands Disease, wat kunt u er dan aan doen?
Het hangt er vanaf of de hond lijder is (een bloeder). Alhoewel het ongetwijfeld
veiliger is te ervan uit te gaan dat ieder dier dat bij een test onder de 50%
uitkomt een lijder kan zijn en u dienovereenkomstig dient te handelen.
Natuurlijk geeft het VWFAg percentage u geen absoluut betrouwbare indicatie over
het feit wanneer en hoeveel een dier zal bloeden. Een hond met 15% bloedde
bijvoorbeeld niet, terwijl een hond met 47% dat wel deed. Het zou verstandig
zijn om een hond die positief voor VWD getest is, ook op schildklieraandoeningen
te laten testen (zie hieronder). Bij bepaalde honden zou men de behandeling van
VWD met geneesmiddelen moeten vermijden omdat het de bloedstolling belemmert en
daardoor iedere aanleg tot het verlengen van de stollingstijden verergert.
Zulke geneesmiddelen zijn
onder andere aspirine, phenylbutazone, promozine-derivative tranquillizers,
oestrogenen, introfurans, sulfonamides, ontstekingsremmende medicijnen zoals
cortisone, samenstellingen van penicilline, lokale pijnverdovende middelen,
phenothiazines, en plasma vervangers zoals dextran and HES.
Vaccinatie met levend virus
Het probleem van vaccinaties
met levend virus is het grootst gedurende de periode van vijf tot tien dagen na
de vaccinatie. Dus als een hond met de aandoening een operatieve ingreep moet
ondergaan, dient men bij voorkeur geen vaccinatie met levend virus te geven, of
pas wanneer de operatieve ingreep lang achter de rug is. Wanneer een hond die
bij een test onder de 50% VWAg uitkomt een operatieve ingreep moet ondergaan
maar wanneer het niet bekend is of de hond lijder of drager is, wordt er
geadviseerd om direct nadat de hond onder narcose is gebracht, een teennagel met
een normale nagelschaar iets te kort af te knippen en vervolgens de
stollingstijd van het bloed te noteren. Als het bloeden binnen vijf of zes
minuten stopt is het niet aannemelijk dat de hond een ernstig probleem zal
hebben met bloeden tijdens de operatieve ingreep; alhoewel deze test geen licht
bloedstollingsgebrek uitsluit.
Lijders aan VWD zullen langer
bloeden en zullen zelfs niet stoppen met bloeden voordat de bloedende ader
dichtgeschroeid is. Men zou in gedachten moeten houden dat door VWD een hond die
onder narcose wordt gebracht, meer kans heeft om dood te gaan, afgezien van
welke bloeding dan ook die op zou kunnen treden, dus onnodige chirurgische
ingrepen kunnen het beste vermeden worden. Voor lijders aan VWD is plasma nodig
of mogelijk een bloedtransfusie.
Honden met bloedingproblemen
kunnen gedurende hun leven herhaaldelijk een bloedtransfusie nodig hebben en
lopen dus gevaar als er geen goede bloedtransfusie voorhanden is. Gebruik van
ongelijk bloed is een contra-indicatie tenzij het een levensbedreigende situatie
betreft. De correcte behandeling zou moeten bestaan uit het geven van vers donor
bloed van een universeel type in een dosis van 3,5 ml per 450 gram van het
lichaamsgewicht. Als dit niet voorhanden is kies dan twee keer per dag voor vers
ingevroren gelijksoortig plasma in een dosis van 2,5 ml per 450 gram van het
lichaamsgewicht. Wanneer het bekend is dat een hond lijder is dan zou de hond
twee tot vier uur voor de ingreep 3,5 ml per 450 gram lichaamsgewicht aan vers,
overeenkomstig bloed toegediend moeten krijgen.
Rassen met verhoogde Von
Willebrands
Voor zover bekend is, is
VW'sD bekend bij Wolfshonden in Amerika en Engeland. De beschikbare testen
(althans in Engeland) hebben echter in Engeland in enkele gevallen
tegenstrijdige resultaten opgeleverd waardoor momenteel slechts een gering
aantal fokkers in Engeland werkelijk hun fokdieren testen; ondanks het feit dat
deze tegenstrijdigheid was te wijten aan de wijze waarop de bloedmonsters werden
afgenomen of omdat de honden voedsel hadden gekregen vlak voordat het
bloedmonster werd afgenomen.
Alternatieve behandeling voor
VWD De meeste slangenvergiften veroorzaken bloedingen, dus het homeopatische
Crotalus Horridus (ratelslang vergif) in een hoge dosering als 10M zou een
bruikbare remedie kunnen zijn tegen ernstige bloedingen. Voor honden die last
hebben van minder ernstige bloedingen is, afhankelijk van het beeld van de
ziekteverschijnselen zoals het sijpelen van bloed uit oppervlakkige wonden,
Arnica of Hamamelis een aangewezen remedie. OAK (eik) zou de meest gebruikelijk
remedie zijn uit de Bach Flower Therapie voor een lijder aan VWD.

|