Colofon >>>

Disclaimer >>>

 
  Laatste update:

dinsdag 11 mei 2010

Nieuws

 

 

Bestuur

Bestuurszaken

Statuten / HHR

Lidmaatschap

Donateurs

Belangrijke organisaties

Links leden

Inlog leden

Rasvereniging / Rassen

Gezondheid

Genetica

Publicaties

Aanvullende informatie

Overlijden

 

 

 

 

 

Het leuke van jachthonden

De mens kan zich gelukkig prijzen dat hij voor elke activiteit een hond naast zich had. De rassen die wij onder de groep van Jachthonden hebben ondergebracht, zijn die honden die werken na het geweer van de jager. De groep kan verder worden opgesplitst naar de specifieke functie die de hond heeft : waterwerkende, pointers (wijzen de buit aan), setters (zoeken de prooi), vogelopjagers en retrievers (halen de buit op).

Veel honden overschrijden deze lijnen en verrichten méér dan één van deze taken. Als metgezellen zijn deze honden uiterst geschikt en ze staan al sinds mensenheugenis op de lijsten van de kennelclubs. De Poedel, die een eeuwige populariteit geniet, de Cocker Spaniel, de Labrador en de Golden Retriever om er maar een paar op te noemen, zijn populaire huisdieren aan beide zijden van de Atlantische oceaan.

 

De Jachthonden zijn waarschijnlijk de intelligentste van alle honden en daardoor ook het beste af te richten. Ze hebben een evenwichtige en flatteuze aard. In de wereld van de honden van vandaag zijn de meeste van deze rassen enkel een metgezel, in tegenstelling tot de werkende jachthonden. Niet veel Poedel-liefhebbers brengen hun weekend door met het jagen op eenden in het moeras (hoewel er toch zijn die dat doen). De distinctie 'jachthond' als classificatie geeft het originele doel weer waarvoor deze honden werden gefokt. Natuurlijk maken vele retriever-fans fervent gebruik van hun Retrievers, en vele van deze honden doen hun werk net zo goed als hun voorvaders. Dit zijn actieve en energieke honden, die veel aandacht vergen en veel tijd buiten willen doorbrengen. Een bestaan dat zich alleen tussen vier muren afspeelt, is niet aan te bevelen en kan een pure kwelling zijn voor deze honden.

Ontleend aan Carine’s hondenpage.

Spaniels als jachthonden

Een Spaniel is gefokt en ‘ontworpen’ als drijver, ook wel opdrijver, voor wild. Een spaniel werkt zelfstandig met de jager binnen geweerschotafstand. De meeste spaniels kammen een bosje of stuk land uit, en jagen aldus het daarin verscholen wild op. Op het moment dat een jager het wild ziet verschijnen, moet de spaniel tegen de grond gedrukt gaan liggen, zodat er geschoten kan worden. En spaniel moet dus vanaf grote afstand te dirigeren zijn en onder appel staan.

 

Een spaniel blijft tot ongeveer 50 meter (dit kan verschillen per ras en per voorkeur van de jager) in de buurt van de jager.

Het karakteristieke ‘zwabberen’ van bijvoorbeeld een Cocker Spaniel, zelfs aan de lijn op een Vinex locatie, is terug te voeren op zijn oorspronkelijk werk(lust). In grote zigzagbewegingen moet een spaniel door dichte bossage lopen en het wild naar de randen opjagen.

 

Elke spaniel is van origine bedoeld voor verschillende wildsoorten. Soms zit dat al in de naam verscholen. Cockers zijn ooit gefokt voor de houtsnippen (woodcock in het Engels).

 

Hieronder treft u, ontleend aan http://www.wbesusterengraetheide.nl/Drijvende%20Jachthonden.htm

een overzicht van de verschillende spaniels en hun oorspronkelijke taken.

 

Opdrijvende jachthonden

cock.jpg (42012 bytes)

Cocker Spaniël

De Engelse Cocker Spaniël is zowel een energieke jachthond als een vrolijke, blije hond. Het is geen rustige, waardige hond, maar is zeer beweeglijk en druk. Niet in de zin van nerveus onrustig, maar wel in de zin van overal bij willen zijn. De Cocker heeft een compact lichaam die is gebouwd op uithoudingsvermogen. Hij moet - en kan dat ook - de hele dag onvermoeibaar het jachtveld afzoeken. Opvallend zijn zijn lange zachte oren en dikke zijdezachte vacht die vele kleuren kan hebben. Hoewel de Cocker in ieder mens een nieuwe vriend ziet, is hij toch buitengewoon aanhankelijk en gehecht aan zijn baas.

engspaniel.jpg (46754 bytes)

Engelse Springer Spaniël

Deze allround jachthond wordt gebruikt voor het zoeken, het opjagen en apporteren van wild. Het is een hond die stevig is gebouwd en veel beweging nodig heeft. Zijn jachtpassie, het intelligente neusgebruik, de waterwil, schotvastheid en apporteerlust zijn aangeboren eigenschappen. Zijn karakter is vriendelijk en goedaardig.

welshsprsp.jpg (4198 bytes)

Welsh Springer Spaniël

De Welsh Springer Spaniël zit qua formaat tussen de Engelse Springer Spaniël en de Engelse Cocker Spaniël in. Ze zijn vriendelijk van aard. De Welsh Springer is een goede jachthond, maar wordt tegenwoordig ook vaak gezien bij de behendigheidssport. Het is een hard werkende en tolerante hond.

britspan.jpg (26772 bytes)

Brittany Spaniël

De Brittany Spaniël is niet alleen een goede jachthond maar ook een vriendelijke huisgenoot. Voor zijn trouw verlangt hij wel vriendelijkheid terug.

watersp.jpg (3331 bytes)

Ierse WaterSpaniël

Dit ras is groter dan andere Spaniëls, heeft een lange staart en een gekrulde vacht. Hij is een uitstekende jachthond en is speciaal geschikt voor het werken in water. Het is een sterk gebouwde, compacte, intelligente hond met veel uithoudingsvermogen en vurig van aard.

sussex.jpg (27999 bytes)

Sussex Spaniël

Kleine Spaniël die speciaal gefokt is om laag bij de grond te werken en zich makkelijk voortbeweegt door het dikke struikgewas van het Zuid-Engelse land, waar hij zijn naam aan te danken heeft. Hij is wat langzaam, maar erg gedegen. De sussex spaniël verliest aan populariteit bij jagers omdat hij de neiging heeft aan te slaan wanneer hij de dekking afzoekt.

fieldsp.jpg (4610 bytes)

Field Spaniël

De hedendaagse Field Spaniël is een gestekt gebouwde hond binnen de kring Spaniël-varieteiten. Hij bezit een zacht karakter, is buitenshuis zeer actief en levendig, en toont als jachthond een goede neus en een groot uithoudingsvermogen

 

Meer informatie bij de Koninklijke Nederlandse Jager Vereniging

www.knjv.nl. De KNJV zegt het volgende:

Spaniels worden gebruikt voor het zoeken en opstoten (flushen) van wild in dichte dekking. Ze zijn uitermate geschikt voor de jacht in bos en ruig terrein. Een in Nederland veel gebruikt ras is de Engelse Springer Spaniel. Deze honden zoeken zelfstandig, maar blijven wel dicht bij de jager in de buurt. Ze staan niet voor, maar zorgen dat het wild wegvliegt of rent. Spaniels moeten ook apporteren.

 

Engelse Cocker Spaniel

 

De Cocker is een hond met grote kracht, uithoudingsvermogen en onvermoeibare activiteit; attent en vol interesse voor alles wat er in zijn omgeving gebeurt. Hij is vrolijk van aard met een altijd kwispelende staart, met een voor een Cocker typische levendige beweging, in het bijzonder als hij wild op het spoor is; hij heeft geen angst voor zware dekking (bramen, duindoorns, enz.). Hij is zachtaardig, aanhankelijk, maar toch vol energie en uitbundigheid.

 

Historie

De spaniels behoren tot één der oudst beschreven groepen honden. Reeds in de 14e eeuw maakt men melding van jachthonden met een bont gevlekte vacht die rennend en sterk kwispelend het veerwild opstoten uit de dekking. Omstreeks 1800 wordt voor het eerst gesproken van Cocker of Cocking Spaniels, die ideaal waren voor de jacht op de ‘woodcock’ (houtsnip), waaraan zijn naam waarschijnlijk ontleend is. In 1885 wordt in Engeland de Engelse Spaniel Club opgericht, waarna in 1902 de rasstandaard voor de Cocker werd vastgesteld en goedgekeurd door de Engelse Kennel Club.

 

Kenmerken

De Engelse Cocker Spaniel is een kleine, stevige jachthond. Evenredig gebouwd en compact; de afstand van de schouderpunten tot de grond en van de schouderpunten tot de staartaanzet is hetzelfde. De schofthoogte is ca. 38 tot 39 cm voor teven en 39 tot 41 cm voor reuen. Hij komt in vele kleuren voor o.a. eenkleurig (zwart, rood, lever, black and tan) en in bonte en schimmel variëteiten van deze kleuren.

Aanvankelijk werd er alleen op werkeigenschappen geselecteerd. Later begon men meer op het uiterlijk te letten, waarbij de werkeigenschappen veelal uit het oog werden verloren.

Bij het ‘werktype’ is de vacht korter, de oren hoger aangezet en korter en liggen de ogen dieper. Zij zijn ingesteld op het werken in extreem zware dekking. Dit type zien wij meestal in het jachtveld en op veldwedstrijden.

 

Jachteigenschappen

De Cocker dient zelfstandig onder het geweer te jagen, het wild te flushen (opstoten) en na het schot te apporteren (op het land of uit water). Ondanks zijn geringe afmetingen apporteert hij alle soorten kleinwild. De Cocker jaagt minder ruim dan de Springer en doorgaans preciezer. Zijn handzame formaat is een voordeel in erg zwaar terrein. Hij is goed trainbaar en werkt graag voor de baas.

 

Rasvereniging en informatie:

Cocker Spaniel Club, www.cockerspanielclub.nl

 

Clumber Spaniel

De Clumber Spaniel behoort tot de rasgroep Retrievers, waterhonden en spaniëls, FCI-rasgroep VIII.

Zijn aard is waardig, vrolijk en gehoorzaam. De omgang met mensen, kinderen en honden is zeer goed. De Clumber is in huis rustig en buiten actief.

 

Historie

De Clumber Spaniel wordt gezien als één van de oudste en meest raszuivere spaniels. Vermeldingen van deze spaniels komen al voor in geschriften uit de veertiende eeuw.

In de gangbare theorie komt de Clumber van oorsprong uit Frankrijk. Daar hield de hertog van Noailles een meute zware, witte honden voor de jacht in zwaar, met kreupelhout begroeid terrein. Rondom de Franse revolutie stuurde de hertog drie honden naar zijn vriend Henry, graaf van Lincoln, die de honden vervolgens hield en veredelde op zijn landgoed Clumber Park

Vast staat dat de Clumber Spaniel in de tweede helft van de l9e eeuw in Engeland uitsluitend als jachthond door de adel werd gehouden.

 

Kenmerken

De grootte van de hond ligt tussen de 45 en de 50 centimeter. Het gewicht ligt tussen de 30 en 35 kilo. De Clumber is evenwichtig gebouwd, heeft zware botten, is actief en heeft een bedachtzame uitdrukking. Hij komt sterk en krachtig over.

De Clumber heeft een breed, vierkant, massief hoofd met een diepe stop, alles in verhouding tot zijn lichaam. De snuit is vierkant met een goed ontwikkelde kaakpartij. De meeste Clumbers hebben een iets hangend ooglid.

Het lichaam is lang, zwaar en relatief laag bij de grond. De rug is breed en lang. De voorbenen zijn kort en sterk. De achterhand is krachtig ontwikkeld en goed gehoekt. De Clumbers hebben een rollend gangwerk. De voeten zijn groot en rond. De staartaanzet is laag.

De Clumber heeft een lange, gladde, zijdeachtige vacht. De benen, staart en buik zijn goed bevederd. De kleur van de vacht is wit met citroengele aftekening (vlekken), maar een iets meer oranje aftekening is ook toegestaan.

 

Jachteigenschappen

Het Engelse koningshuis toonde in de 19e eeuw belangstelling voor deze jachtspaniel. George de Vijfde liet zich tijdens jachtpartijen steevast vergezellen door enkele Clumber Spaniels. De hond werd beschreven als 'een van de nuttigste en meest gewaardeerde van de variëteiten jachtspaniels'.

Hij is dan ook een betrouwbare jager. Weliswaar niet de snelste of meest wendbare hond, maar wel uiterst volhardend en werkwillig. De Clumber is een stille werker met een goede neus. Hij werkt onder het geweer langzaam maar gestaag en hardnekkig, en kan het ruigste terrein aan. Hij apporteert goed, ook door water. In vergelijking met andere spanielsoorten is de Clumber rustiger van aard.

 

Vereniging

Inlichtingen verkrijgt u via de secretaris van de Clumber Spaniel Club Nederland, Elseline Elfferich, tel. 0113 - 503319 e-mail: berylm@zeelandnet.nl, of via internet: www.clumberspaniel.nl

 

Engelse Springer Spaniel

Historie

Meer dan een eeuw geleden werd de eerste Engelse Springer Spaniel in Nederland ingeschreven in het Nederlandse Honden Stamboek (NHSB). In "de Hondenwereld" van februari 2000 staat een uitgebreid artikel over Engelse Springer Spaniels in Nederland. De naam "Spaniel" is al zeer oud en in de geschiedschrijving wordt zelfs in de tijd van de Noormannen al melding gemaakt van Spaniels. De herkomst is echter niet helemaal duidelijk. Zo zou de naam afgeleid kunnen zijn van het franse woord "s'épanir", wat "voorstaan" betekent, maar ook wordt "Hispania" (Spanje) als mogelijke oorsprong vermeld.

 

Kenmerken

De Engelse Springer Spaniel is een levendige hond, zeer toegewijd aan zijn baas, vriendelijk voor kinderen, verdraagzaam t.a.v. andere honden, goedaardig en trouw. Het is ook een fijne huishond. Een Engelse Springer Spaniel heeft veel bewegingsvrijheid nodig en elke dag een flinke wandeling is een vereiste. Dit ras is ook op vrijwel elke hondententoonstelling vertegenwoordigd.

 

Jachteigenschappen

Engelse Springer Spaniels werden aanvankelijk, maar nu ook nog voor een groot deel, gefokt als gebruikshond. Het is het meest voor de jacht gebruikte Spaniel-ras ter wereld.

Het is een jachthond, gespecialiseerd in het uitdrijven van terreinen met een dichte dekking, zoals duindoorns, bramen en rietvelden. Hij stoot het zich daarin bevindende wild direct op en daarom moet hij onder het bereik van het jachtgeweer werken. Zijn bouw, beharing en ongekend doorzettings- en uithoudingsvermogen maken hem bij uitstek geschikt voor dit werk. Soms maakt het doorzettingsvermogen hem echter wel eens moeilijk trainbaar. Ook wordt van de Springer verwacht, dat hij het geschoten wild apporteert. Bij goede honden is de apporteerlust aangeboren, maar de correcte afwerking van het apport moet uiteraard worden aangeleerd. De goede eigenschappen, die nodig zijn voor hun specifieke manier van jagen, krijgen zij van nature mee, zij zijn erfelijk bepaald. De jachtpassie, het intelligente neusgebruik, de waterwil, schotvastheid en apporteerlust zijn eigenschappen, die door training niet of nauwelijks behoeven te worden aangeleerd. Een hond die over deze eigenschappen beschikt, hoeft slechts in correcte banen te worden geleid en gehoorzaam gemaakt om een zeer bruikbare jachtgezel te zijn.

 

Vereniging

Voor het vasthouden van de jachteigenschappen, het stimuleren van het werken met de Engelse Springer Spaniel en het ondersteunen van beginnende voorjagers, heeft de Engelse Springer Spaniel Club Nederland een jachtcommissie ingesteld. In een samenwerkingsverband met andere Spanielverenigingen organiseert deze commissie veldwedstrijden, diplomadagen, instructiedagen en demonstraties.

Inlichtingen omtrent het ras en/of de jacht met Engelse Springer Spaniels kunt u verkrijgen via de secretaris van de Engelse Springer Spaniel Club Nederland.

Secretaris:

Jan Peter Gulmans

Dolderseweg 224c

3724 BR DEN DOLDER

Tel.: 030 - 2740703

Voorzitter jachtcommissie:

Toon Spoorenberg

Tel.: 0497-542234

Website ESSCN: www.engelsespringerspanielclub.nl

 

Ierse Waterspaniel

De Ierse Water Spaniel is de grootste van alle spanielvariëteiten. Zijn opvallende voorkomen trekt steeds de aandacht: een krulharige bruine hond met een rattenstaart en een pruik!

 

Historie

Er is weinig bekend over het ontstaan van de Ierse Water Spaniel. Zo zou het ras ontstaan zijn uit honden (Afghanen) die de Kruisridders meenamen naar Ierland en daar kruisten met inlandse honden of uit de nakomelingen van aangespoelde Spaanse waterhonden, die de slag met de Armada overleefd hadden.

In 1607 beschrijft Topsell in zijn "Historie of the foure-footed Beastes" een Water Spaniel die veel kenmerken heeft die we nu nog zien. Ook Shakespeare verwijst er in het stuk "Two Gentlemen of Verona" naar. De beschrijving waarin met zekerheid sprake is van een Ierse Water Spaniel gaat over "Boatswain", een in 1834 geboren reu die eigendom was van Mr. Justin McCarthy uit Dublin. Deze reu is de stamvader van vele Ierse Water Spaniels in Nederland. In ons land kreeg het ras bekendheid door Mej. A.C. ter Kuile, die in 1961 door import het ras herintroduceerde. Daarna hebben er meerdere mensen Ierse Water Spaniels in Nederland gefokt en geïmporteerd. Nu zijn hier ongeveer 80 Ieren.

 

Kenmerken

De Ierse Water Spaniel is een schrandere, flinke, sterk gebouwde, compacte hond, die tot 59 cm hoog mag zijn. Zijn vacht heeft een warme, donkere leverkleur die een purperachtige tint heeft, specifiek voor het ras. Het hoofd en de keel zijn van nature glad als fluweel, terwijl de rest van het lichaam bestaat uit dichte, vaste, stijve krullen, vrij van wolligheid. Het haar moet een natuurlijke vettigheid hebben. De staart moet bij de aanzet bedekt zijn met dichte krullen, die plotseling ophouden. Het overige deel moet kaal zijn of bedekt met korte, rechte dunne haren. Deze kale staart is de oorzaak van de bijnamen rattenstaart en zwiepstaart. De krullen op zijn hoofd lopen tussen de ogen uit in een piek en vormen de karakteristieke pruik. Het rollende gangwerk, dat benadrukt wordt door de tonvormige ribbenkast, is typerend voor dit ras. Het wordt vaak vergeleken met de waggelgang van een dronken zeeman. Het karakter kun je het best omschrijven als: In eerste instantie afwachtend, trouw en toegewijd, met een aantrekkelijk gevoel voor humor en een standvastige aard.

 

Jachteigenschappen

De Ierse Water Spaniel is een veelzijdige eigenzinnige jachthond, voor het werk in alle soorten van jacht maar in het bijzonder geschikt voor de jacht op waterwild. Zijn geschiktheid voor dit doel moet blijken uit zijn uiterlijk; hij is een sterk gebouwde, compacte hond, intelligent, met veel uithoudingsvermogen en vurig van aard. Hij wordt zowel voor - als na het schot gebruikt.

 

Rasvereniging

In 1982 werd de Ierse Water Spaniel Vereniging Nederland opgericht.
Secretariaat:

Mevr. Huijsman

Wentholtweg 2

7214 EG EPSE

Tel.: 0575 – 492829

E-mail: huijsman@planet.nl

 

Welsh Springer Spaniel

De Welsh Springer Spaniel is in Nederland vooral een huishond, maar zijn formaat, temperament en eigenschappen maken hem evenzeer geschikt voor show, jacht, gehoorzaamheid en behendigheid. Het is een sterke, vrolijke en levendige hond, die veel beweging nodig heeft. Qua formaat valt hij tussen de Engelse Springer Spaniel (groter) en de Engelse Cocker Spaniel (kleiner).

 

Historie

In 1902 erkende de Engelse Kennel Club de Welsh Springer als apart ras, tot die tijd werd dit eeuwenoude ras ‘Welsh Cocker’ genoemd. De Welsh werd oorspronkelijk gefokt als hulp bij de jacht op waterwild. Midden jaren vijftig deden de eerste Welsh Springer Spaniels uit Engeland hun intrede in Nederland. Na de jaren tachtig kwamen er ook Welshen uit Frankrijk en Zweden. In de afgelopen veertig jaar was steeds een klein aantal fokkers actief, er is dus nooit op grote schaal gefokt. Het aantal nesten varieert tussen de 20 en 30 per jaar.

 

Kenmerken

Een Welsh Springer Spaniel behoort vriendelijk te zijn voor mensen en soortgenoten. Schuwheid en agressie moeten als een fout worden gezien. De bouw is symmetrisch, gedrongen en niet hoog op de benen. Lichaam, hals, voor- en achterhand zijn gespierd en het gangwerk is soepel, krachtig en ruim uitgrijpend. De schofthoogte van de reuen is circa 48 cm, van de teven circa 46 cm.

 Zijn kleur (wit met dieprode platen) onderscheidt de Welsh van de andere Spanielvariëteiten, maar ook de vorm van de oren (druivenbladvormig en korter dan die van de Engelse Cocker en de Engelse Springer) en de licht gewelfde lendenen. Met name dat laatste is een typisch raskenmerk. De beharing is zijdeachtig van structuur en sluik of glad. De hond is gebouwd op uithoudingsvermogen en hard werk en moet wars zijn van elke overdrijving. De Welsh heeft een zachtaardig, vriendelijk karakter.

 

Jachteigenschappen

Er is veel belangstelling om actief bezig te zijn met de Welsh Springer zowel in het jachtveld als in de showring. Meer dan ooit nemen Welshen deel aan veldwedstrijden, trainingen, workingstesten en KNJV-activiteiten. Wat de werkeigenschappen betreft, is de Welsh Springer te vergelijken met de Engelse Springer. De Welsh Springer kent geen onderscheid in ‘jachttype’ en ‘showtype’. De (Engelse) standaard is bepalend.

 

Vereniging

Op 14 november 1976 werd de Welsh Springer Spaniel Club opgericht. De WSSC behartigt als enige de belangen van het ras en streeft naar zorgvuldige fokkerij inzake schoonheid, gezondheid en temperament.

Er worden veel activiteiten ontwikkeld: Kampioenschapsclubmatches, Welsh Springer Dagen, Nakomelingendagen, regionale wandelingen, workingtesten, etc. Zesmaal per jaar verschijnt het clubblad ‘De Welsh Springer’.

Secretariaat en pupinfo:

Carol Vlasblom

Randmeer 3

2993 RM Barendrecht

Tel. 0180-616173

E-mail: g.rheenen@wxs.nl

Website: www.wssc.nl

 

Ik wil gaan jagen met mijn hond

Indien u belangstelling is gewekt om te gaan jagen, of jachttraining te gaan volgen, met uw spaniel, kunt u meer informatie vinden op:

http://www.jachthondentraining.com/fci_groep_8_retrievers.htm

 

En voor het orweja reglement van de KNJV kijkt u op:

http://www.jachthondentraining.com/knjv_proeven.htm

Daar staan alle proeven uitgeschreven.

      

         

 

 

 
 

 

 

 

© Copyright GSB 2010