|
Het leuke van
jachthonden
De mens kan zich gelukkig
prijzen dat hij voor elke activiteit een hond naast zich had. De rassen die wij
onder de groep van Jachthonden hebben ondergebracht, zijn die honden die werken
na het geweer van de jager. De groep kan verder worden opgesplitst naar de
specifieke functie die de hond heeft : waterwerkende, pointers (wijzen de buit
aan), setters (zoeken de prooi), vogelopjagers en retrievers (halen de buit op).
Veel honden overschrijden
deze lijnen en verrichten méér dan één van deze taken. Als metgezellen zijn deze
honden uiterst geschikt en ze staan al sinds mensenheugenis op de lijsten van de
kennelclubs. De Poedel, die een eeuwige populariteit geniet, de Cocker Spaniel,
de Labrador en de Golden Retriever om er maar een paar op te noemen, zijn
populaire huisdieren aan beide zijden van de Atlantische oceaan.
De Jachthonden zijn
waarschijnlijk de intelligentste van alle honden en daardoor ook het beste af te
richten. Ze hebben een evenwichtige en flatteuze aard. In de wereld van de
honden van vandaag zijn de meeste van deze rassen enkel een metgezel, in
tegenstelling tot de werkende jachthonden. Niet veel Poedel-liefhebbers brengen
hun weekend door met het jagen op eenden in het moeras (hoewel er toch zijn die
dat doen). De distinctie 'jachthond' als
classificatie
geeft het originele doel weer waarvoor deze honden werden gefokt. Natuurlijk
maken vele retriever-fans fervent gebruik van hun Retrievers, en vele van deze
honden doen hun werk net zo goed als hun voorvaders. Dit zijn actieve en
energieke honden, die veel aandacht vergen en veel tijd buiten willen
doorbrengen. Een bestaan dat zich alleen tussen vier muren afspeelt, is niet aan
te bevelen en kan een pure kwelling zijn voor deze honden.
Ontleend aan Carine’s
hondenpage.
Spaniels als jachthonden
Een Spaniel is gefokt en
‘ontworpen’ als drijver, ook wel opdrijver, voor wild. Een spaniel werkt
zelfstandig met de jager binnen geweerschotafstand. De meeste spaniels kammen
een bosje of stuk land uit, en jagen aldus het daarin verscholen wild op. Op het
moment dat een jager het wild ziet verschijnen, moet de spaniel tegen de grond
gedrukt gaan liggen, zodat er geschoten kan worden. En spaniel moet dus vanaf
grote afstand te dirigeren zijn en onder appel staan.
Een spaniel blijft tot
ongeveer 50 meter (dit kan verschillen per ras en per voorkeur van de jager) in
de buurt van de jager.
Het karakteristieke
‘zwabberen’ van bijvoorbeeld een Cocker Spaniel, zelfs aan de lijn op een Vinex
locatie, is terug te voeren op zijn oorspronkelijk werk(lust). In grote
zigzagbewegingen moet een spaniel door dichte bossage lopen en het wild naar de
randen opjagen.
Elke spaniel is van origine
bedoeld voor verschillende wildsoorten. Soms zit dat al in de naam verscholen.
Cockers zijn ooit gefokt voor de houtsnippen (woodcock in het Engels).
Hieronder treft u, ontleend
aan
http://www.wbesusterengraetheide.nl/Drijvende%20Jachthonden.htm
een overzicht van de
verschillende spaniels en hun oorspronkelijke taken.
Opdrijvende jachthonden
|

|
Cocker Spaniël
De Engelse Cocker
Spaniël is zowel een energieke jachthond als een vrolijke, blije
hond. Het is geen rustige, waardige hond, maar is zeer beweeglijk en
druk. Niet in de zin van nerveus onrustig, maar wel in de zin van
overal bij willen zijn. De Cocker heeft een compact lichaam die is
gebouwd op uithoudingsvermogen. Hij moet - en kan dat ook - de hele
dag onvermoeibaar het jachtveld afzoeken. Opvallend zijn zijn lange
zachte oren en dikke zijdezachte vacht die vele kleuren kan hebben.
Hoewel de Cocker in ieder mens een nieuwe vriend ziet, is hij toch
buitengewoon aanhankelijk en gehecht aan zijn baas. |
|

|
Engelse
Springer Spaniël
Deze allround
jachthond wordt gebruikt voor het zoeken, het opjagen en apporteren
van wild. Het is een hond die stevig is gebouwd en veel beweging
nodig heeft. Zijn jachtpassie, het intelligente neusgebruik, de
waterwil, schotvastheid en apporteerlust zijn aangeboren
eigenschappen. Zijn karakter is vriendelijk en goedaardig. |
|

|
Welsh Springer
Spaniël
De Welsh Springer
Spaniël zit qua formaat tussen de Engelse Springer Spaniël en de
Engelse Cocker Spaniël in. Ze zijn vriendelijk van aard. De Welsh
Springer is een goede jachthond, maar wordt tegenwoordig ook vaak
gezien bij de behendigheidssport. Het is een hard werkende en
tolerante hond. |
|

|
Brittany
Spaniël
De Brittany
Spaniël is niet alleen een goede jachthond maar ook een vriendelijke
huisgenoot. Voor zijn trouw verlangt hij wel vriendelijkheid terug.
|
|

|
Ierse
WaterSpaniël
Dit ras is groter
dan andere Spaniëls, heeft een lange staart en een gekrulde vacht.
Hij is een uitstekende jachthond en is speciaal geschikt voor het
werken in water. Het is een sterk gebouwde, compacte, intelligente
hond met veel uithoudingsvermogen en vurig van aard. |
|

|
Sussex Spaniël
Kleine Spaniël
die speciaal gefokt is om laag bij de grond te werken en zich
makkelijk voortbeweegt door het dikke struikgewas van het
Zuid-Engelse land, waar hij zijn naam aan te danken heeft. Hij is
wat langzaam, maar erg gedegen. De sussex spaniël verliest aan
populariteit bij jagers omdat hij de neiging heeft aan te slaan
wanneer hij de dekking afzoekt. |
|

|
Field Spaniël
De hedendaagse
Field Spaniël is een gestekt gebouwde hond binnen de kring
Spaniël-varieteiten. Hij bezit een zacht karakter, is buitenshuis
zeer actief en levendig, en toont als jachthond een goede neus en
een groot uithoudingsvermogen |
Meer informatie bij de
Koninklijke Nederlandse Jager Vereniging
www.knjv.nl.
De KNJV zegt het volgende:
Spaniels worden gebruikt voor
het zoeken en opstoten (flushen) van wild in dichte dekking. Ze zijn uitermate
geschikt voor de jacht in bos en ruig terrein. Een in Nederland veel gebruikt
ras is de Engelse Springer Spaniel. Deze honden zoeken zelfstandig, maar blijven
wel dicht bij de jager in de buurt. Ze staan niet voor, maar zorgen dat het wild
wegvliegt of rent. Spaniels moeten ook apporteren.
|
|
|
De Cocker is een hond
met grote kracht, uithoudingsvermogen en onvermoeibare activiteit;
attent en vol interesse voor alles wat er in zijn omgeving gebeurt. Hij
is vrolijk van aard met een altijd kwispelende staart, met een voor een
Cocker typische levendige beweging, in het bijzonder als hij wild op het
spoor is; hij heeft geen angst voor zware dekking (bramen, duindoorns,
enz.). Hij is zachtaardig, aanhankelijk, maar toch vol energie en
uitbundigheid.
Historie
De spaniels behoren
tot één der oudst beschreven groepen honden. Reeds in de 14e eeuw maakt
men melding van jachthonden met een bont gevlekte vacht die rennend en
sterk kwispelend het veerwild opstoten uit de dekking. Omstreeks 1800
wordt voor het eerst gesproken van Cocker of Cocking Spaniels, die
ideaal waren voor de jacht op de ‘woodcock’ (houtsnip), waaraan zijn
naam waarschijnlijk ontleend is. In 1885 wordt in Engeland de Engelse
Spaniel Club opgericht, waarna in 1902 de rasstandaard voor de Cocker
werd vastgesteld en goedgekeurd door de Engelse Kennel Club.
Kenmerken
De Engelse Cocker
Spaniel is een kleine, stevige jachthond. Evenredig gebouwd en compact;
de afstand van de schouderpunten tot de grond en van de schouderpunten
tot de staartaanzet is hetzelfde. De schofthoogte is ca. 38 tot 39 cm
voor teven en 39 tot 41 cm voor reuen. Hij komt in vele kleuren voor
o.a. eenkleurig (zwart, rood, lever, black and tan) en in bonte en
schimmel variëteiten van deze kleuren.
Aanvankelijk werd er
alleen op werkeigenschappen geselecteerd. Later begon men meer op het
uiterlijk te letten, waarbij de werkeigenschappen veelal uit het oog
werden verloren.
Bij het ‘werktype’ is
de vacht korter, de oren hoger aangezet en korter en liggen de ogen
dieper. Zij zijn ingesteld op het werken in extreem zware dekking. Dit
type zien wij meestal in het jachtveld en op veldwedstrijden.
Jachteigenschappen
De Cocker dient
zelfstandig onder het geweer te jagen, het wild te flushen (opstoten) en
na het schot te apporteren (op het land of uit water). Ondanks zijn
geringe afmetingen apporteert hij alle soorten kleinwild. De Cocker
jaagt minder ruim dan de Springer en doorgaans preciezer. Zijn handzame
formaat is een voordeel in erg zwaar terrein. Hij is goed trainbaar en
werkt graag voor de baas.
Rasvereniging en
informatie:
Cocker Spaniel Club,
www.cockerspanielclub.nl |
Clumber Spaniel
De Clumber Spaniel behoort
tot de rasgroep Retrievers, waterhonden en spaniëls, FCI-rasgroep VIII.
Zijn aard is waardig, vrolijk
en gehoorzaam. De omgang met mensen, kinderen en honden is zeer goed. De Clumber
is in huis rustig en buiten actief.
Historie
De Clumber Spaniel wordt
gezien als één van de oudste en meest raszuivere spaniels. Vermeldingen van deze
spaniels komen al voor in geschriften uit de veertiende eeuw.
In de gangbare theorie komt
de Clumber van oorsprong uit Frankrijk. Daar hield de hertog van Noailles een
meute zware, witte honden voor de jacht in zwaar, met kreupelhout begroeid
terrein. Rondom de Franse revolutie stuurde de hertog drie honden naar zijn
vriend Henry, graaf van Lincoln, die de honden vervolgens hield en veredelde op
zijn landgoed Clumber Park
Vast staat dat de Clumber
Spaniel in de tweede helft van de l9e eeuw in Engeland uitsluitend als jachthond
door de adel werd gehouden.
Kenmerken
De grootte van de hond ligt
tussen de 45 en de 50 centimeter. Het gewicht ligt tussen de 30 en 35 kilo. De
Clumber is evenwichtig gebouwd, heeft zware botten, is actief en heeft een
bedachtzame uitdrukking. Hij komt sterk en krachtig over.
De Clumber heeft een breed,
vierkant, massief hoofd met een diepe stop, alles in verhouding tot zijn
lichaam. De snuit is vierkant met een goed ontwikkelde kaakpartij. De meeste
Clumbers hebben een iets hangend ooglid.
Het lichaam is lang, zwaar en
relatief laag bij de grond. De rug is breed en lang. De voorbenen zijn kort en
sterk. De achterhand is krachtig ontwikkeld en goed gehoekt. De Clumbers hebben
een rollend gangwerk. De voeten zijn groot en rond. De staartaanzet is laag.
De Clumber heeft een lange,
gladde, zijdeachtige vacht. De benen, staart en buik zijn goed bevederd. De
kleur van de vacht is wit met citroengele aftekening (vlekken), maar een iets
meer oranje aftekening is ook toegestaan.
Jachteigenschappen
Het Engelse koningshuis
toonde in de 19e eeuw belangstelling voor deze jachtspaniel. George de Vijfde
liet zich tijdens jachtpartijen steevast vergezellen door enkele Clumber
Spaniels. De hond werd beschreven als 'een van de nuttigste en meest
gewaardeerde van de variëteiten jachtspaniels'.
Hij is dan ook een
betrouwbare jager. Weliswaar niet de snelste of meest wendbare hond, maar wel
uiterst volhardend en werkwillig. De Clumber is een stille werker met een goede
neus. Hij werkt onder het geweer langzaam maar gestaag en hardnekkig, en kan het
ruigste terrein aan. Hij apporteert goed, ook door water. In vergelijking met
andere spanielsoorten is de Clumber rustiger van aard.
Vereniging
Inlichtingen verkrijgt u via
de secretaris van de Clumber Spaniel Club Nederland, Elseline Elfferich, tel.
0113 - 503319 e-mail:
berylm@zeelandnet.nl, of
via internet:
www.clumberspaniel.nl
Engelse Springer Spaniel
Historie
Meer dan een eeuw geleden
werd de eerste Engelse Springer Spaniel in Nederland ingeschreven in het
Nederlandse Honden Stamboek (NHSB). In "de Hondenwereld" van februari 2000 staat
een uitgebreid artikel over Engelse Springer Spaniels in Nederland. De naam "Spaniel"
is al zeer oud en in de geschiedschrijving wordt zelfs in de tijd van de
Noormannen al melding gemaakt van Spaniels. De herkomst is echter niet helemaal
duidelijk. Zo zou de naam afgeleid kunnen zijn van het franse woord "s'épanir",
wat "voorstaan" betekent, maar ook wordt "Hispania" (Spanje) als mogelijke
oorsprong vermeld.
Kenmerken
De Engelse Springer Spaniel
is een levendige hond, zeer toegewijd aan zijn baas, vriendelijk voor kinderen,
verdraagzaam t.a.v. andere honden, goedaardig en trouw. Het is ook een fijne
huishond. Een Engelse Springer Spaniel heeft veel bewegingsvrijheid nodig en
elke dag een flinke wandeling is een vereiste. Dit ras is ook op vrijwel elke
hondententoonstelling vertegenwoordigd.
Jachteigenschappen
Engelse Springer Spaniels
werden aanvankelijk, maar nu ook nog voor een groot deel, gefokt als
gebruikshond. Het is het meest voor de jacht gebruikte Spaniel-ras ter wereld.
Het is een jachthond,
gespecialiseerd in het uitdrijven van terreinen met een dichte dekking, zoals
duindoorns, bramen en rietvelden. Hij stoot het zich daarin bevindende wild
direct op en daarom moet hij onder het bereik van het jachtgeweer werken. Zijn
bouw, beharing en ongekend doorzettings- en uithoudingsvermogen maken hem bij
uitstek geschikt voor dit werk. Soms maakt het doorzettingsvermogen hem echter
wel eens moeilijk trainbaar. Ook wordt van de Springer verwacht, dat hij het
geschoten wild apporteert. Bij goede honden is de apporteerlust aangeboren, maar
de correcte afwerking van het apport moet uiteraard worden aangeleerd. De goede
eigenschappen, die nodig zijn voor hun specifieke manier van jagen, krijgen zij
van nature mee, zij zijn erfelijk bepaald. De jachtpassie, het intelligente
neusgebruik, de waterwil, schotvastheid en apporteerlust zijn eigenschappen, die
door training niet of nauwelijks behoeven te worden aangeleerd. Een hond die
over deze eigenschappen beschikt, hoeft slechts in correcte banen te worden
geleid en gehoorzaam gemaakt om een zeer bruikbare jachtgezel te zijn.
Vereniging
Voor het vasthouden van de
jachteigenschappen, het stimuleren van het werken met de Engelse Springer
Spaniel en het ondersteunen van beginnende voorjagers, heeft de Engelse Springer
Spaniel Club Nederland een jachtcommissie ingesteld. In een samenwerkingsverband
met andere Spanielverenigingen organiseert deze commissie veldwedstrijden,
diplomadagen, instructiedagen en demonstraties.
Inlichtingen omtrent het ras
en/of de jacht met Engelse Springer Spaniels kunt u verkrijgen via de secretaris
van de Engelse Springer Spaniel Club Nederland.
Secretaris:
Jan Peter Gulmans
Dolderseweg 224c
3724 BR DEN DOLDER
Tel.: 030 - 2740703
Voorzitter jachtcommissie:
Toon Spoorenberg
Tel.: 0497-542234
Website ESSCN:
www.engelsespringerspanielclub.nl
Ierse Waterspaniel
De Ierse Water Spaniel is de
grootste van alle spanielvariëteiten. Zijn opvallende voorkomen trekt steeds de
aandacht: een krulharige bruine hond met een rattenstaart en een pruik!
Historie
Er is weinig bekend over het
ontstaan van de Ierse Water Spaniel. Zo zou het ras ontstaan zijn uit honden
(Afghanen) die de Kruisridders meenamen naar Ierland en daar kruisten met
inlandse honden of uit de nakomelingen van aangespoelde Spaanse waterhonden, die
de slag met de Armada overleefd hadden.
In 1607 beschrijft Topsell in
zijn "Historie of the foure-footed Beastes" een Water Spaniel die veel kenmerken
heeft die we nu nog zien. Ook Shakespeare verwijst er in het stuk "Two Gentlemen
of Verona" naar. De beschrijving waarin met zekerheid sprake is van een Ierse
Water Spaniel gaat over "Boatswain", een in 1834 geboren reu die eigendom was
van Mr. Justin McCarthy uit Dublin. Deze reu is de stamvader van vele Ierse
Water Spaniels in Nederland. In ons land kreeg het ras bekendheid door Mej. A.C.
ter Kuile, die in 1961 door import het ras herintroduceerde. Daarna hebben er
meerdere mensen Ierse Water Spaniels in Nederland gefokt en geïmporteerd. Nu
zijn hier ongeveer 80 Ieren.
Kenmerken
De Ierse Water Spaniel is een
schrandere, flinke, sterk gebouwde, compacte hond, die tot 59 cm hoog mag zijn.
Zijn vacht heeft een warme, donkere leverkleur die een purperachtige tint heeft,
specifiek voor het ras. Het hoofd en de keel zijn van nature glad als fluweel,
terwijl de rest van het lichaam bestaat uit dichte, vaste, stijve krullen, vrij
van wolligheid. Het haar moet een natuurlijke vettigheid hebben. De staart moet
bij de aanzet bedekt zijn met dichte krullen, die plotseling ophouden. Het
overige deel moet kaal zijn of bedekt met korte, rechte dunne haren. Deze kale
staart is de oorzaak van de bijnamen rattenstaart en zwiepstaart. De krullen op
zijn hoofd lopen tussen de ogen uit in een piek en vormen de karakteristieke
pruik. Het rollende gangwerk, dat benadrukt wordt door de tonvormige ribbenkast,
is typerend voor dit ras. Het wordt vaak vergeleken met de waggelgang van een
dronken zeeman. Het karakter kun je het best omschrijven als: In eerste
instantie afwachtend, trouw en toegewijd, met een aantrekkelijk gevoel voor
humor en een standvastige aard.
Jachteigenschappen
De Ierse Water Spaniel is een
veelzijdige eigenzinnige jachthond, voor het werk in alle soorten van jacht maar
in het bijzonder geschikt voor de jacht op waterwild. Zijn geschiktheid voor dit
doel moet blijken uit zijn uiterlijk; hij is een sterk gebouwde, compacte hond,
intelligent, met veel uithoudingsvermogen en vurig van aard. Hij wordt zowel
voor - als na het schot gebruikt.
Rasvereniging
In 1982 werd de Ierse Water
Spaniel Vereniging Nederland opgericht.
Secretariaat:
Mevr. Huijsman
Wentholtweg 2
7214 EG
EPSE
Tel.: 0575
– 492829
E-mail:
huijsman@planet.nl
Welsh Springer Spaniel
De Welsh Springer Spaniel is
in Nederland vooral een huishond, maar zijn formaat, temperament en
eigenschappen maken hem evenzeer geschikt voor show, jacht, gehoorzaamheid en
behendigheid. Het is een sterke, vrolijke en levendige hond, die veel beweging
nodig heeft. Qua formaat valt hij tussen de Engelse Springer Spaniel (groter) en
de Engelse Cocker Spaniel (kleiner).
Historie
In 1902 erkende de Engelse
Kennel Club de Welsh Springer als apart ras, tot die tijd werd dit eeuwenoude
ras ‘Welsh Cocker’ genoemd. De Welsh werd oorspronkelijk gefokt als hulp bij de
jacht op waterwild. Midden jaren vijftig deden de eerste Welsh Springer Spaniels
uit Engeland hun intrede in Nederland. Na de jaren tachtig kwamen er ook Welshen
uit Frankrijk en Zweden. In de afgelopen veertig jaar was steeds een klein
aantal fokkers actief, er is dus nooit op grote schaal gefokt. Het aantal nesten
varieert tussen de 20 en 30 per jaar.
Kenmerken
Een Welsh Springer Spaniel
behoort vriendelijk te zijn voor mensen en soortgenoten. Schuwheid en agressie
moeten als een fout worden gezien. De bouw is symmetrisch, gedrongen en niet
hoog op de benen. Lichaam, hals, voor- en achterhand zijn gespierd en het
gangwerk is soepel, krachtig en ruim uitgrijpend. De schofthoogte van de reuen
is circa 48 cm, van de teven circa 46 cm.
Zijn kleur (wit met dieprode
platen) onderscheidt de Welsh van de andere Spanielvariëteiten, maar ook de vorm
van de oren (druivenbladvormig en korter dan die van de Engelse Cocker en de
Engelse Springer) en de licht gewelfde lendenen. Met name dat laatste is een
typisch raskenmerk. De beharing is zijdeachtig van structuur en sluik of glad.
De hond is gebouwd op uithoudingsvermogen en hard werk en moet wars zijn van
elke overdrijving. De Welsh heeft een zachtaardig, vriendelijk karakter.
Jachteigenschappen
Er is veel belangstelling om
actief bezig te zijn met de Welsh Springer zowel in het jachtveld als in de
showring. Meer dan ooit nemen Welshen deel aan veldwedstrijden, trainingen,
workingstesten en KNJV-activiteiten. Wat de werkeigenschappen betreft, is de
Welsh Springer te vergelijken met de Engelse Springer. De Welsh Springer kent
geen onderscheid in ‘jachttype’ en ‘showtype’. De (Engelse) standaard is
bepalend.
Vereniging
Op 14 november 1976 werd de
Welsh Springer Spaniel Club opgericht. De WSSC behartigt als enige de belangen
van het ras en streeft naar zorgvuldige fokkerij inzake schoonheid, gezondheid
en temperament.
Er worden veel activiteiten
ontwikkeld: Kampioenschapsclubmatches, Welsh Springer Dagen, Nakomelingendagen,
regionale wandelingen, workingtesten, etc. Zesmaal per jaar verschijnt het
clubblad ‘De Welsh Springer’.
Secretariaat en pupinfo:
Carol Vlasblom
Randmeer 3
2993 RM Barendrecht
Tel. 0180-616173
E-mail:
g.rheenen@wxs.nl
Website:
www.wssc.nl
Ik wil gaan jagen met mijn
hond
Indien u belangstelling is
gewekt om te gaan jagen, of jachttraining te gaan volgen, met uw spaniel, kunt u
meer informatie vinden op:
http://www.jachthondentraining.com/fci_groep_8_retrievers.htm
En voor het orweja reglement
van de KNJV kijkt u op:
http://www.jachthondentraining.com/knjv_proeven.htm
Daar staan alle proeven
uitgeschreven.
|