|
Andere kijk op agressief
gedrag bij honden
Uit wetenschappelijk onderzoek van Hannah Johnson
hannah.johnson@bristol.ac.uk, 44-117-928-8896,
University of Bristol, gepubliceerd in
Eurekalert.
In tegenstelling tot algemeen geaccepteerde
aannames en populair geloof onder hondenbezitters, heeft de Universiteit van
Bristol, afdeling klinische diergeneeskunde, in het Journal of Veterinary
Behavior, aangetoond dat er een andere verklaring is voor agressief gedrag van
honden dan gebaseerd op het ‘dominantie’ principe.
Zij stellen dat agressief gedrag bij honden NIET
voortkomt uit het trachten dominant te zijn over de mensen en de andere honden
in huis. Agressieve honden streven in hun redenering en onderzoek niet naar het
worden van de leider van de roedel.
De onderzoekers onder leiding van Hanna Johnson
hebben zes maanden doorgebracht in een Dierenopvang en herplaatsinghuis, waar
met name honden die zogenaamd agressief waren en niet langer thuis gehouden
konden worden, werden opgevangen. Zij hebben vele data verzameld en deze opnieuw
en grondig geanalyseerd. Vooral hebben de onderzoekers gekeken naar de
interacties en relaties tussen individuele honden gekeken in dat
herplaatsinghuis.
Zo kwamen zij tot een eerste conclusie dat honden
relaties leren aangaan met andere honden op basis van ‘ervaren’. Zij leren dus,
net als mensen, om aan de hand van bepaald gedrag en de reactie daarop, voor
zichzelf uit te maken wat gewenst en ongewenst gedrag is.
Ten tweede concludeerden de onderzoekers dat de
motivatie om relaties aan te gaan met andere honden, zelden gemotiveerd wordt
door de drijfveer om de ‘baas te worden’ of de ‘dominantie te bestendigen’.
In hun publicatie van het onderzoek ‘Dominance in
domestic dogs usefull construct or bad habit?’ wordt gesteld dat honden hun
gedrag niet uitspelen of motiveren om de plaats in de roedel of de pikorde te
behouden of bestendigen. Deze vorm van naar hondengedrag kijken is zo algemeen
geaccepteerd en zo ingesleten in het dagelijks spraakgebruik, dat bijna alle
hondentrainers er op deze manier naar kijken en hun puppy’s en volwassen honden
bij cursisten op die manier benaderen.
De onderzoekers verwerpen deze manier van denken.
Sterker nog, de onderzoekers adviseren trainers om
deze manier van denken helemaal los te laten. Zij stellen dat de insteek om
dominantie gedrag terug te brengen, te onderdrukken of te reduceren, in het
beste geval geen effect heeft, en het slechtste geval het ongewenste gedrag van
de hond alleen maar erger maakt.
Als voorbeeld noemen zij het aanleren van gedrags
aan de eigenaren van de hond, zoals:
-
Eerst zelf eten en dan de hond voeren
-
Altijd als eerste door de deur gaan
-
Zich groot maken ten opzichte van de hond
-
etc.
Wat het dier geleerd wordt is volgens de
onderzoekers dat hij weet wat er in deze situatie van hem/haar verwacht wordt,
maar het heeft geen enkel effect op agressief gedrag. Honden zijn gewoontedieren
en zullen dit dus als een gewoonte gaan zien, voor zowel de eigenaar als de hond
zelf.
Andere nog veel zwaardere technieken die nu
ingezet worden om agressief of dominant gedrag te onderdrukken zijn
bijvoorbeeld:
-
de hond op de grond drukken
-
de hond op zijn buik rollen
-
de hond bij de keel grijpen
-
harde geluiden inzetten
-
etc.
Deze technieken hebben veelal het omgekeerde en
dus ongewenste effect dat de hond bang wordt van zijn eigenaar, of juist nog
bozer wordt op de eigenaar, omdat hij het gedrag vanuit hondentaal niet
begrijpt. De relatie tussen de eigenaar en de hond zal dus alleen maar
verslechteren. En niet zelden leiden tot een escalatie van de agressie.
Dr. Rachel Casey, senior onderzoeker aan de
Universiteit van Bristol zegt dat de ongefundeerde aanname dat iedere hond zijn
gedrag motiveert om controle te krijgen over andere honden en over zijn
eigenaren en baasjes, is compleet ridicuul en idioot. Om te beginnen zijn honden
sociale dieren die onderlinge relaties heel belangrijk vinden. En die bovendien
van onderlinge relaties in een roedel afhankelijk zijn. Honden steken dus veel
tijd en energie in het ontwikkelen van het leren hoe relaties aan te gaan en te
onderhouden.
Maar bovendien gaat de algemene aanname van
dominantie streven uit van een grove onderschatting van de ingewikkelde en
complexe leermogelijkheden die honden kenmerken. En wordt ook voorbij gegaan aan
de bij mensen vaak onbekende subtiele signalen die honden in non-verbale
communicatie naar elkaar uitzenden en die zij onderling begrijpen. Mensen zijn
vaker het probleem vanwege hun gebrek aan begrip van de non-verbale hondentaal.
Honden zijn, volgens mevrouw Casey, dus actieve ervaringsleerders en zeer goede
communicatoren. Mensen onderschatten dit hopeloos.
De huidige gedachtegang dat alle gedrag van honden
terug te brengen is op dominantiegestuurde motivatie is dus onzin, maar
bovendien helpt het inzetten van technieken om zogenaamd dominant gedrag te
temperen op basis van dit uitgangspunt niet. Het brengt zulk agressief gedrag
voort, of vergroot het agressief gedrag.
Mevrouw Casey zegt dat we dus anders naar
hondengedrag moeten gaan kijken, want het welbevinden van honden komt via deze
behandelmethode onder druk te staan.
In het onderzoek in het herplaatsinghuis, zo stelt
mevrouw Casey, kwamen we tot de conclusie dat agressieve honden gedrag gingen
vertonen dat wij noemen ‘anticiperen op de bestraffing of de straf’. De hond had
dus een gedrag ontwikkeld dat gerelateerd is aan de straf die zij moesten
ondergaan, en die geen relatie in de hond (meer) had met het agressieve gedrag
dat de hond vooraf vertoonde. Honden hadden dus wel de straf onthouden, maar
niet de aanleiding voor de straf.
Heel regelmatig zagen de onderzoekers ook dat
honden al anticipeerde op straf op het moment dat de eigenaar binnen kwam. Zij
verklaarden dit gedrag van de hond als angst voor de eigenaar. Omdat de eigenaar
steeds degene is (geweest) die de hond bestrafte voor iets wat hij in zijn ogen
niet deed, namelijk dominant willen zijn, ontwikkelde de hond een angst voor de
baas.
Wanneer de onderzoekers dit tegen de eigenaren
vertelde, schrokken die zich dood. Zij wilde juist contact maken met de hond.
En wanneer de eigenaren verteld werd dat zijn van
(sommige) hondentrainers zelf het verkeerde gedrag geleerd hadden, dan wilde zij
de relatie met de hond vaak verbeteren of herstellen. Mevrouw Casey maakt ook
ernstig bezwaar tegen de zogenaamde TV hondendokters, omdat deze vaak in het
patroon en model van dominantie streven denken.
In Engeland wordt de staf van asiels en
herplaatsinghuizen meer dan eens geconfronteerd met de gevolgen van misleiden
hondenbezitters die hu uiterste best gedaan hebben in de praktijk te brengen wat
hen (verkeerd) geleerd wordt. Directeur Chris Laurence van de dierenbescherming
in Engeland zegt bij binnenkomst al aan een hond te kunnen zien dat hij opgevoed
is binnen het model van dominantie streven. Deze honden staan vaak stijf
van de angst voor mensen en vertonen daardoor agressief gedrag.
Chris Laurence draait het hele model zelfs om en
zegt: ‘Helaas, vele technieken die gebruikt worden om honden te trainen in het
accepteren van de baas als roedelleider is contraproductief. De eigenaar krijgt
er geen beter opgevoede hond van, maar het tegendeel ontstaat. De eigenaar
eindigt met een hond die zo bang is en zo verschrikt, dat alle natuurlijke
hondengedragingen onderdrukt zijn (worden), en de hond verstijft en zich niet
meer durft te gedragen. Of juist zo in de war is, dat hij alleen nog maar
agressief gedrag kan vertonen.’
Toelichting
Honden zijn zeer sociale dieren die afhankelijk
zijn van goede relaties met degene waarmee ze leven en wonen. Zij willen dus ook
een goede relatie met hun baas opbouwen, want daarvan zijn ze ook afhankelijk
voor voedsel e.d. Honden zijn goede ervaringsleerders, intelligent en slim.
Honden communiceren via subtiele signalen die tot uitdrukking komen in
lichaamstaal en geluid. Binnen de wereld van de hondentrainingen zullen er dus
alternatieve modellen ontwikkeld moeten worden op basis waarvan we mensen gaan
leren hoe met honden te communiceren.
En bovendien zullen we anders moeten gaan kijken
naar agressief gedrag. De motivatie voor gedrag die nu vooral aan honden worden
toegedicht is veel te beperkt. Hondengedrag wordt gemotiveerd door biologische
functies als eten, drinken, poepen en piesen. Maar hondengedrag wordt vooral
gemotiveerd door het aangaan van en het behouden van goede sociale relaties met
andere honden en met mensen. Zij zijn niet voor niets gedomesticeerd. Mensen
zullen dus op een andere manier, dat wil zeggen, veel genuanceerder en met meer
begrip voor de complexe gedragingen van honden naar elkaar en naar mensen,
moeten gaan kijken. Er moet een nieuwe trainingsmodel ontwikkeld worden dat
rekening houdt met zulk gecompliceerd en ingewikkelde sociaal hondengedrag.
U wordt op de hoogte gehouden van nieuwe
ontwikkelingen hierin.

|