













|
Door
Sierra Milton,
Stormsong GSPs
Wat hebben
hondenfokkers en de maffia gemeen?
Wat een vreemde vraag zult u zeggen. Het is,
triest genoeg, meer regel dan uitzondering. Het antwoord is eenvoudig wat
Padgett, een bekend geneticus, toeschrijft aan 'De Geheimhoudingsplicht' voor
fokkers en misschien gewoonlijk bekend staat als 'omerta' voor de Cosa Nostra.
Beide zijn dodelijke stilten. Het is eenvoudig de redenen te begrijpen voor de
samenzwering tot zwijgen als het gaat om misdadigers, maar welke redenen kan een
fokker mogelijk hebben om 'omerta' te handhaven?
De reden die gewoonlijk wordt gegeven om geen
genetische informatie te delen is de angst om het onderwerp te worden van een
'heksenjacht'. Maar, het gaat veel dieper. Het begint met eigendom en het
menselijke verlangen om iets, wat men bezit, te beschouwen als het beste dat er
is. Herinnert u zich de 'zijn stand ophouden tegenover de buren'-mentaliteit?
Iedereen wil het beste hebben en de eer van het beste te bezitten. Toegeven dat
wat men bezit of gefokt heeft misschien gebreken heeft is moeilijk voor de
meeste mensen. Ook de enorme financiële en emotionele investering die fokkers in
hun honden hebben gedaan, ligt hieraan ten grondslag. Te ontdekken dat er
misschien gebreken aanwezig zijn in de vaders en moeders waarin fokkers zoveel
van zichzelf hebben geïnvesteerd, is beangstigend en leidt ertoe dat velen
weigeren zelfs maar te overwegen dat hun honden gebrekkige genen bezitten. Ego's
en de angst om als 'slechte fokkers' te worden bestempeld zijn uiteindelijk de
redenen voor fokkers om deze schadelijke zwijgplicht te handhaven.
Gebrekkige genen
Nog gevaarlijker echter dan De Zwijgplicht is
de weigering om onder ogen te zien dat er gebrekkige genen aanwezig kunnen zijn
in een fokprogramma en dat die generaties lang, stilletjes hun invloed hebben op
vele bloedlijnen voordat ze zich openbaren. Zou het mogelijk kunnen zijn dat
honden, die schijnbaar gezond zijn, werkelijk gevaarlijke, soms dodelijke genen
in de fokgemeenschap kunnen verspreiden totdat uiteindelijk twee gezonde
dragers, maar met gebrekkige genen, gezamenlijk dat eerste, maar veelzeggende
nageslacht, produceren? Natuurlijk is dat mogelijk en steeds weer vertellen
genetici hoe dit mogelijk is.
Fokkers kunnen eenvoudigweg geen gebrekkige
genen zien en wat zij niet kunnen zien kan dan ook niet bestaan. Daarom, als men
die logica volgt, zijn alle ongeteste honden net zo mooi van binnen als zij
structureel van buiten zijn. Was die logica maar waar! Helaas wordt er veel meer
nadruk gelegd op structurele en oppervlakkige schoonheid omdat dat gewoon
gemakkelijk is te zien, te erkennen en te verkrijgen. Het is ook iets zonder
enige 'onnodige' financiële investering. Men hoeft niet te betalen voor
röntgenfoto's of bloedtesten of specialistische kennis om te kunnen beoordelen
of een hond aan een lichamelijke maatstaf voldoet.
Maar het werkelijke gevaar komt niet van honden
die getest worden, maar van die fokkers die hun hoofd in het zand steken en
weigeren te geloven dat hun honden minder dan 'perfect' zijn. We kunnen hetgeen
we verhelpen onthullen, maar dat wat verborgen blijft is een dreiging voor de
toekomst. Maar hier is omerta, die 'Zwijgplicht' overduidelijk. Niet alleen
houden deze fokkers vast aan het geloof dat hun honden niet erfelijk zijn belast
met gebrekkige genen, structurele gebreken of problemen met hun temperament,
maar zij geloven ook niet dat de honden die zij in hun fokprogramma toelaten om
te paren met een van hun eigen honden, mogelijke dragers kunnen zijn.
Welbeschouwd fokken zij alleen 'het beste' en het beste is natuurlijk ook
perfect.
Succes op hondenshows
Nu gebeurt de werkelijke misdaad. Deze fokkers
zijn vaak erg succesvol op shows; van hun honden wordt gedacht dat zij de beste
zijn - per slot van rekening hebben zij lintjes en plaatsen en titels om te
bewijzen hoe prijzenswaardig hun honden zijn! Vanwege hun showsuccessen worden
ze gezien als kenners op het gebied van fokken, mensen waarop nieuwkomers van
het ras vertrouwen voor hun kennis en informatie. En, de informatie die deze
nieuwkomers krijgen is dat ze zich geen zorgen hoeven te maken om genetische
problemen, dat er geen noodzaak is om 'dure testen te laten uitvoeren als alle
honden toch gezond zijn'. Nog rampzaliger voor de toekomst van het ras is dat de
houding van deze fokkers de overhand begint te krijgen. De nieuwkomers zien de
successen van de honden van deze fokkers en kopen ze (ook zijn weinigen, of zo
goed als geen, getest op structurele gebreken, slechte gezondheid of gebrekkige
genen). De nieuwkomers moeten een financiële en emotionele investering
beschermen, waardoor deze houding zich verspreidt, met voorspelbare resultaten.
Al snel, omdat deze fokkers 'de macht hebben' binnen het ras (vaak zijn het
juryleden, mensen waaraan wordt gevraagd om lezingen over het ras te geven,
fokkers die respectabele prijzen kunnen vragen voor puppies en dekgeld, fokkers
waarvan gezien wordt dat ze winnen), gebruiken ze deze 'macht' om ervoor te
zorgen dat het onethisch wordt om over welk gebrek dan ook te spreken, of dit om
gezondheid of temperament gaat, dat aanwezig is in welke stamboom dan ook van de
vaders of moeders of nageslacht van hun vaders of moeders. Maar al te vaak hoort
men 'Ik durf niets te zeggen als ik wil winnen' of 'er zijn drie lijnen waarin
epilepsie (of hart- of oog- of kies maar een probleem uit) voorkomt, maar daar
hoef je niets over te weten'. Natuurlijk moeten we over die problemen weten, hoe
moeten we anders een verstandig besluit nemen over welke honden nuttig zijn voor
de toekomst die we voor onze honden uitstippelen, tenzij we rekening houden met
niet alleen structurele schoonheid, maar ook de verborgen erfelijkheid, die we
proberen te verbeteren?
Wat moeten we doen met fokkers die open zijn
over gebreken die in hun eigen honden worden aangetroffen? Helaas worden zij
maar al te vaak bestempeld als 'slechte fokkers' en van hun honden wordt gezegd
dat zij 'gebrekkig' zijn. Ze worden gemeden en er wordt achter hun rug om over
hen gefluisterd en met hen gespot. Het feit dat deze fokkers proberen om
openlijk kennis te delen en hun honden op een wetenschappelijke manier laten
testen, leidt ertoe dat deze fokkers het onderwerp worden van heksenjachten door
dezelfde mensen die te gierig, te onbezorgd, te egoïstisch, te onbekommerd over
de toekomst zijn om hun honden te laten testen, en nog minder de moed hebben om
openlijk over hun honden te praten. In plaats van deze fokkers die informatie
delen, toe te juichen, worden zij gemeden en vervolgd. Met als gevolg, en omdat
de menselijke natuur bepaalt dat wij deel willen uitmaken van een groep in
plaats van er buiten te staan, beginnen fokkers te doen wat zij het beste kunnen
- zij houden de stilte in stand, liegen of weigeren toe te geven wat zij weten.
‘Slechte fokkers
Als steeds meer nieuwkomers zich bij een ras
aansluiten en onervaren fokkers en exposanten beginnen met showen, bezitten en
de kunst van het fokken beoefenen, richten ze zich tot de fokkers die winnen
omdat ze winnen gelijkstellen met superieure kwaliteit honden. De fokkers zijn
daarom nog vastberadener om niets slechts over hun honden te laten uitlekken,
daarmee bevestigen zij de gedachte dat de honden die zij fokken perfect zijn en
waarmee zij ook de financiële en emotionele investering die zij hebben,
versterken om deze theorie te laten voortduren. Winnen op een show heeft niets
te maken met erfelijke gezondheid. Inderdaad zijn een aantal winnende honden op
zijn minst dragers van erfelijke kwalen en, in sommige gevallen, is het bekend
dat zij erfelijke gezondheidsproblemen hebben. Hoewel een erfelijke kwaal op
zich, afhankelijk van het type en de ernst, nooit een hond mag uitsluiten van de
genetische poel, is het zeker verplicht dat mensen zich bewust zijn van elk
aandachtsgebied om verstandig te kunnen fokken. Op zijn minst moeten de honden
waarmee gefokt wordt getest worden en hun achtergronden nauwkeurig worden
bekeken om zo de mogelijkheid om meer honden dragers te maken te verkleinen.
Vooralsnog, omdat de winnaars niet willen worden bestempeld als 'slechte
fokkers' en de eer van de beste zijn te verliezen (en eventueel financieel
verlies omdat men niet in staat is puppies en dekgelden tegen net zulke hoge
prijzen te verkopen), wordt de 'Zwijgplicht' nog steviger omarmd.
Omdat de nieuwkomers geaccepteerd willen
worden, vermijden zij het over vaders en moeders te praten die slecht
produceren, of het nu om uiterlijke, gezondheids- of problemen met het
temperament gaat. Ook hebben zij nu een financiële en emotionele investering in
aanvulling op geaccepteerd willen worden in de 'club van winnaars'. Het is zelfs
mogelijk dat zij ontwikkelingen in een of meer lijnen in hun stambomen
herkennen, maar deze weigeren toe te geven en geheim houden uit angst een etiket
opgeplakt te krijgen.
Vaak proberen fokkers, hoewel zij niet openlijk
toegeven dat er problemen zijn, de mogelijkheid dat de kwaal de kop opsteekt te
verzwakken door te kruisen met een geheel andere lijn. Dr. Jerold Bell, een
bekende geneticus, zegt over deze methode: Herhaald kruisen om te proberen
schadelijke recessieve genen te verzwakken is geen gewenste methode van het
beheersen van erfelijke ziekten. Recessieve genen kunnen niet verzwakt worden;
ze zijn al dan niet aanwezig. Het kruisen met dragers vermenigvuldigt en
verspreidt het / de gebrekkige gen(en) verder in de genenpoel. Als een hond een
bekende drager is of een hoog risico op dragerschap heeft door stamboomanalyse,
kan deze hond uit het fokprogramma worden gehaald en worden vervangen door een
of twee nazaten met goede eigenschappen. Met deze nazaten kan dan worden gefokt,
waarna ook die weer kunnen worden vervangen door eigen nazaten met goede
eigenschappen, in de hoop dat het gebrekkige gen verloren gaat.
Angst
Helaas zorgt een weigering een erfelijke kwaal
te aanvaarden of te testen, er niet voor dat deze weggaat. Wat we niet kunnen
zien heeft nog steeds een enorme uitwerking op het ras en doorgaan met fokken
met deze dragers van gebrekkige genen geeft het gebrek de kans om een steviger
grip op het ras te krijgen. De fokkers die heel hard proberen om gezonde honden
te fokken en elke wetenschappelijke voorzorgsmaatregel nemen om zich te
verzekeren van erfelijke gezondheid, worden vermeden vanwege de hartstocht die
zou moeten worden toegejuicht; de inspanningen die zij zich getroosten worden op
zijn minst gebagatelliseerd en nog vaker belachelijk gemaakt als 'onnodig' of
'paniek zaaiend'. Met als gevolg dat deze fokkers alleen werken en hun
inspanning, buiten hun eigen kennel om, weinig uitwerking heeft op het ras in
zijn geheel.
Omerta kan alleen worden verbroken door mensen
die de moed, overtuiging en hartstocht hebben om zich er van te verzekeren dat
het ras in zijn geheel sterker en gezonder wordt. In plaats van heksenjachten op
degenen die het verdriet hebben van het behandelen van de problemen, zou het
doel van elke rasclub in elk land moeten zijn diegenen toe te juichen die de
moed en het doorzettingsvermogen hebben om zich openlijk uit te spreken. Prijzen
zouden moeten worden gegeven aan deze fokkers die er onvermoeibaar naar streven
om het ras te verbeteren, in aanvulling op de prijzen die gegeven worden aan
fokkers die de meeste winnende honden hebben. Mooiigheid en schoonheid
verbeteren een ras niet; genetische gezondheid en de mogelijkheid om een
pijnvrij, gezond leven te leiden gaan boven schoonheid, maar zijn moeilijker te
verkrijgen.
De kosten
De kosten van het genetisch testen zijn niet
hoog als men kijkt naar het effect dat weigeren om te testen kan hebben voor het
ras. Vraag een fokker met verstand van zaken, van wie het ras een op hol
geslagen hart, bloedafwijking, oog- of heupproblemen heeft, of zij de bijna
onoverkoombare problemen nu wijten aan het gebrek van een vooruitziende blik en
de weigering van vroegere fokkers om een verdere financiële investering in het
ras te doen en het antwoord is voorspelbaar. In Groot- Brittannië is het
mogelijk om testen te laten verrichten voor heup-, elleboog-, oog-, hart-,
bloed- en immuniteitskwalen door gediplomeerde specialisten voor een totaal
bedrag (veel minder dan in de Verenigde Staten), minder dan de kosten van een
puppy of dekgeld. Het is mogelijk om veel minder tests uit te voeren, maar tegen
welke prijs? Zal het ras in de toekomst lijden aan hartproblemen omdat een
eenvoudige stethoscooptest (verricht door één van de door het ras gesponsorde
hartklinieken, in dit geval de boxer) op dat moment niet belangrijk genoeg was?
Wordt het ras in de toekomst ermee geconfronteerd om te proberen blindheid uit
te roeien omdat een oogonderzoek (verricht door een van de vele oogklinieken die
elke maand gehouden worden of gratis als deze wordt gedaan in de kliniek die elk
jaar wordt gehouden op de Crufts' hondenshow) niet verdedigbaar werd geacht?
Zullen de nakomelingen zeer veel pijn hebben door slechte heupen of ellebogen
omdat het ras goed bewoog op de show en er zo op het oog niet dysplastisch
uitzag? (Röntgenfoto's die noodzakelijk zijn voor heup- en elleboogbepaling zijn
de duurste voor heupen en voor ellebogen als deze tegelijkertijd met de heupen
worden gemaakt; helaas zijn er 6 foto's nodig om de ellebogen te bepalen en de
kosten zijn een afspiegeling van de foto's die noodzakelijk zijn). Het testen op
zaken als von Willebrand's ziekte (vWD) en schildkliertesten (immuunsysteem)
kunnen goedkoop worden uitgevoerd. Toegegeven, testen op deze erfelijke kwalen
is geen garantie dat een probleem zich niet in toekomstige fok voordoet, maar
testen zal de kans op problemen grotendeels verkleinen en dat is een goede
manier om te beginnen.
Als een fokker geen bewijs kan tonen in de vorm
van een attest of rapport dat door een dierenarts is afgegeven, dat er getest is
op erfelijke afwijkingen, moet de koper zich bewust zijn dat zij voor eigen
risico kopen!
Fokkers kunnen beweren dat hun honden nooit
mank hebben gelopen of dat er geen noodzaak is om te testen omdat het ras gezond
is. Sommigen zullen zelfs beweren dat hun dierenartsen hebben gezegd dat het
testen op erfelijkheid niet noodzakelijk was. Die houdingen zijn
onverantwoordelijk. Eens te meer, genen zijn niet zichtbaar en dragers van
gebrekkige genen kunnen zo op het blote oog gezond lijken. Het is alleen door
middel van testen dat we weten of onze honden aangetast zijn of niet en alleen
dan met een eerlijke bepaling van stambomen, of aangetaste honden die getest
zijn, dat de mogelijkheid van dragers wordt gerealiseerd.
De stilte doorbreken
Wat kunnen we doen om de dodelijke Zwijgplicht
te doorbreken? De meerderheid, zo niet alle rasclubs, heeft een gedragscode die
van leden verlangt dat zij gezonde honden fokken. Een van de plekken om mee te
beginnen is met de clubs. In plaats van sociale instellingen of 'ouwe-jongens-krentenbrood'
clubs te zijn, kunnen deze rasorganisaties beginnen met het hooghouden van het
werkelijke doel om de toekomst van het ras te beschermen door te eisen en te
verlangen dat erfelijkheidstests voorafgaand aan het fokken worden uitgevoerd.
Veel serieuzer dan het fokken met een 16-maanden oude teef is de praktijk van
het fokken zonder elke mogelijke veiligheidsmaatregel te hebben genomen om
voorrang te geven aan erfelijke gezondheid. Vooralsnog worden in veel clubs de
'slechte fokkers' eerder gelijkgesteld met de leeftijd waarop zij fokken of de
snelheid waarmee ze fokken dan de werkelijke criteria dat bewijs van gezondheid
verplicht moet zijn. Neem de nadruk weg van winnen - hoeveel clubs stellen de
'fokker van het jaar' vast op basis van de hoeveelheid nageslacht dat wint? Zijn
er clubs die werkelijk verlangen dat de fokker aantoont dat zij alles doen om
zich te verzekeren van de toekomst van het ras?
We kunnen de stilte doorbreken door diegenen
met de moed en het doorzettingsvermogen om over problemen te praten, te prijzen,
successen en kennis te delen, in plaats van hen te verbannen. Omerta faalt als
elke koper van een puppy of dekreu eist dat er een bewijs van erfelijkheidstest
wordt getoond. De Zwijgplicht faalt wanneer we ons realiseren dat het niet
genoeg om winnende honden te fokken of de hoogste prijzen te vragen voor puppies
of een fokhond te hebben die vijftig, zestig, honderd keer wordt gebruikt; we
moeten de hartstocht terughalen waarmee we in eerste instantie allemaal onze
rassen omarmden en hartstochtelijk met vastberadenheid werken aan een toekomst
waar de hoeveelheid erfelijke kwalen elk jaar minder wordt.
Als diegenen die u kent fokken zonder te
testen, vraag uzelf dan waarom - is het gebrek aan moed om misschien een drager
te ontdekken in hun fokstapel? Is het omdat ze financieel verlies vrezen als ze
testen? Is het omdat ze werkelijk denken dat hun honden niet minder dan perfect
kunnen zijn? Is het omdat ze bang zijn om hun plaats als 'topfokker' te
verliezen als ze toegeven dat er problemen zijn die moeten worden aangepakt? Is
het omdat ze bang zijn dat het moeilijker wordt om mooie, gezonde honden te
fokken? Of hebben ze de hartstocht verloren waarmee ze van het ras hielden, toen
ze bezig waren om de ladder van het winnend succes te beklimmen? Of, nog
triester, is het omdat ze gewoonweg niet geven om iets dat ze niet kunnen zien?
Betere toekomst
Het is hard werken en vraagt veel moed om een
fokprogramma te ontwikkelen op basis van wetenschappelijke methoden en testen,
maar de hoop op een betere toekomst zou ons allen moeten aansporen om deze
verbintenis aan te gaan. De sleutel is de mogelijkheid om samen te werken zonder
angst voor roddel en achterklap of stilzwijgen. Omerta, de zwijgplicht, kan
worden doorbroken als meerderen van ons besluiten dat we de stilte niet langer
tolereren.

|
|