Colofon >>>

Disclaimer >>>

 
  Laatste update:

woensdag 07 juli 2010

Nieuws

 

 

Bestuur

Bestuurszaken

Statuten / HHR

Lidmaatschap

Donateurs

Belangrijke organisaties

Links leden

Inlog leden

Rasvereniging / Rassen

Gezondheid

Genetica

Publicaties

Aanvullende informatie

Overlijden

 

 

 

 

 

Statuten

Statuten van het Genootschap van Spanielbreeders Nederland

 

 

Naam en zetel

Artikel 1

  1. Het genootschap is opgericht op 1 augustus 2009 (een augustus tweeduizendnegen) en aangegaan voor onbepaalde tijd.

  2. Het genootschap heeft haar zetel te Ridderkerk.

  3. Het genootschap is ingeschreven in het verenigingsregister dat gehouden wordt ten kantore van de kamer van Koophandel en Fabrieken te Rotterdam.

  4. Het genootschap is niet aangesloten bij de Raad van Beheer. Zij is geen rasvereniging volgens opvatting van het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer en de FCI (Fédération Cynologique International).

 

Doelen van het genootschap

Artikel 2

  1. Het eerste doel van het Genootschap van Spanielbreeders is, het aandragen van oplossingen aan fokkers van spanielrassen voor gezondheidsproblemen en genetische aandoeningen en stoornissen in de rashondenfokkerij van spanielrassen, nu en in de toekomst, te beginnen in Nederland, later mogelijk in Internationaal verband. Onder spanielrassen (voorlopig) te verstaan: Amerikaanse Cocker Spaniel, Engelse Cocker Spaniel, Field Spaniel, Engelse Springer Spaniel, Welsh Springer Spaniel, Sussex Spaniel, Clumber Spaniel, en Ierse Waterspaniel. In de toekomst uit te breiden met elk nieuw spanielras, dat officieel erkend wordt door de Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland dan wel door de FCI, als een ras uit rasgroep 7/8 vallend onder spaniels.

  2. Het tweede doel van het Genootschap van Spanielbreeders is te komen tot de oprichting van een kennis instituut voor de rashondenfokkerij, maar meer specifiek de fokkerij van spanielrassen, ten einde het eerste doel te ondersteunen en te bevorderen.

  3. Het derde doel van het Genootschap van Spanielbreeders is het werven van (onderzoek)gelden en subsidies en het aanspreken van fondsen ten einde de doelen daadwerkelijk vorm te geven en te concretiseren.

  4. Het vierde doel is te komen tot een overzicht van en het aanleggen van dossiers van voorkomende (erfelijke) aandoeningen bij spanielrassen.

Middelen

Artikel 3

  1. Het genootschap tracht haar doelen te bereiken door:

    1. Leden te werven.

    2. Donateurs te werven

    3. Een website www.spanielbreeders.nl te exploiteren waar leden specifieke informatie kunnen vinden door middel van een beveiligde inlogcode.

    4. Deze website mede in te zetten voor een breed publiek van pupkopers en potentiële pupkopers, waar zij informatie kunnen vinden betreffende bedreigingen van de (genetische) gezondheid van de verschillende spanielrassen.

    5. Het streven naar kwaliteitseisen met betrekking tot de rashondenfokkerij, meer specifiek de fokkerij van spanielrassen, aangepast aan de huidige moderne tijd.

    6. Het houden van ledenvergaderingen en fokkersvergaderingen.

    7. Het (doen) houden van lezingen, bijeenkomsten, voorlichtingen inzake afwijkingen, aandoeningen en ontwikkelingsstoornissen bij spanielrassen.

    8. Het geven van cursussen op het gebied van de erfelijkheid bij de hondenfokkerij in het algemeen en de specifieke erfelijkheid en overerfbaarheid van afwijkingen, aandoeningen en stoornissen binnen spanielrassen en tevens op het gebied van gedragsstoornissen en bewegingsleer en anatomie.

    9. Het instellen van bestuurscommissies of werkgroepen met specifieke opdrachten, zoals vastgesteld in het Huishoudelijk Reglement.

    10. Het bevorderen van een open discussie inzake erfelijkheid van aandoeningen en ontwikkelingsstoornissen bij spanielrassen.

    11. Het handhaven van ware fokbelangen op korte en lange termijn.

    12. Het onderhouden van nationale en internationale contacten.

     

  2. Het Genootschap van Spanielbreeders tracht haar eerste doel te bereiken door:

    1. Het onderzoeken van, dan wel mee werken aan onderzoeken van, de gezondheid van de verschillende spanielrassen op genetisch en anatomisch en fysiologisch niveau.

    2. Het stimuleren van specifiek (wetenschappelijk) onderzoek ter ondersteuning van het eerste doel van het genootschap, het aandragen van oplossingen inzake de rashondenfokkerij van spanielrassen.

    3. Het stimuleren van rasgebonden DNA onderzoek inzake erfelijkheid van afwijkingen, aandoeningen en ontwikkelingstoornissen bij spanielrassen.

    4. Het verstrekken van inlichtingen aan leden aangaande gezondheidsproblemen binnen de verschillende spanielrassen.

    5. Het gevraagd en ongevraagd adviseren van haar leden inzake de risico’s van fokken met dieren die onderzochte of nog niet onderzochte (genetische) aandoeningen, afwijkingen of stoornissen hebben.

    6. Het voorlichten van pupkopers middels berichten op de website www.spanielbreeders.nl inzake de huidige gezondheidstoestand van de verschillende spanielrassen en de mogelijkheden en risico’s die verbonden zijn aan het aanschaffen van een pup van een zeker spanielras. Teneinde pupkopers in de gelegenheid te stellen (aangesloten) fokkers van spanielrassen gericht te bevragen inzake de gezondheidstoestand van beide fokdieren.

    7. Het registreren van uitslagen van onderzoeken van de tot de spanielrassen behorende honden inzake de aanwezigheid van erfelijke afwijkingen, aandoeningen en stoornissen, met het doel te komen tot een verantwoorde fokkerij, de zogenaamde databank.

    8. Het opstellen van plannen ter bestrijding van gebreken als bedoeld in lid 2.7 binnen de spanielrassen en het treffen van maatregelen ter uitvoering van die plannen.

    9. Het tegengaan dan wel verhinderen, indien nodig en noodzakelijk, van handelingen en fokkerspraktijken die strijdig zijn met de voorgaande punten.

     

  3. Het genootschap tracht haar tweede doel te bereiken door:

    1. Het leggen van contacten, het bevorderen en onderhouden van nationale en internationale contacten met veterinaire instituten, universiteiten en individuele specialisten, teneinde het onderzoek naar aandoeningen, afwijkingen en stoornissen en hun mogelijke erfelijkheid en/of overerfbaarheid voortkomend binnen de verschillende spanielrassen te stimuleren.

    2. Het zoeken van samenwerking met voornoemde specialisten en instituten uit lid 1 en indien nodig en noodzakelijk het stimuleren van het beschikbaar stellen van honden van leden voor specifieke (niet zijnde vivisectie) onderzoeksdoeleinden.

    3. Het zelfstandig uitvoeren van stamboom onderzoeken inzake overerfbaarheid van aandoeningen en stoornissen binnen de verschillende spanielrassen.

    4. Het bevorderen van en stimuleren van intensieve samenwerking met een bestaand of toekomstig nationaal of internationaal kennisinstituut voor de erfelijke gebreken bij de rashondenfokkerij van de verschillende spanielrassen in het bijzonder.

    5. Het genootschap tracht al hetgeen te doen wat verder aan het doel dienstbaar kan zijn, één en ander voor zover daarbij niet wordt gehandeld in strijd met de Statuten en het Huishoudelijk Reglement en de wet.

 

Verhouding tot de Raad van Beheer en andere kynologische belangenverenigingen

Artikel 4

 

  1. Het genootschap is niet een rasvereniging in de betekenis van de Statuten, het Huishoudelijk Reglement en de overige reglementen van de Raad van Beheer en behoeft zich aldus niet te houden aan naleving van deze Statuten en Reglementen; het zogenaamde Kynologisch Reglement.

  2. Het genootschap beperkt zich expliciet tot het bevorderen van en het onderzoeken van de (genetische) gezondheid van de verschillende spanielrassen en entameert geen kynologische activiteiten.

  3. Het genootschap beperkt zich in haar doelstellingen tot de (genetische) gezondheid van rashonden, spanielrassen in het bijzonder, en wil daartoe komen tot samenwerking met, of de oprichting van een kennisinstituut ‘Rashondenfokkerij spaniels’.

  4. Het genootschap kan, na consultatie van de algemene ledenvergadering, in de toekomst besluiten om fokkers/belanghebbenden van andere hondenrassen toe te laten tot het Genootschap van Spanielbreeders, doch beperkt tot hondenrassen vallend in rasgroep 7/8, de zogenaamde ‘gundogs’.

 

Leden

Artikel 5

  1. Het genootschap kent:

    1. Oprichters

    2. Leden-belanghebbenden

    3. Leden-belangstellenden

    4. Aspirant-leden

    5. Ereleden

    6. Donateurs en Sponsoren.

  2. Alle leden zijn gehouden aan de gedragscode zoals opgenomen in het Huishoudelijk Reglement artikel 9.

  3. Oprichters van het genootschap zijn bij inschrijving van de Statuten en het Huishoudelijk Reglement bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken: Mevrouw P. van de Vorst, Mevrouw A. Bogers-Dam, Mevrouw H. Noteboom, Mevrouw I. van Bavel, Mevrouw A. Verweij-Hoogveld. De leden die door 2 oprichters worden aangebracht in de oprichtingsperiode tot 1 januari 2010 behoeven geen aspirant lid te worden.

  4. Oprichters van het genootschap kunnen hun lidmaatschap van het genootschap pas gemotiveerd opzeggen na consultatie van de overige oprichters.

  5. Om lid-belangstellende en/of lid-belanghebbende te kunnen worden dient men eerst aspirant-lid te zijn geweest. Zij die aspirant lid wensen te worden, doen hiervan schriftelijk opgave aan het secretariaat, door middel van een aanmeldingsformulier als omschreven in het Huishoudelijk Reglement artikel 4.

  6. Leden-belangstellenden en Leden-belanghebbenden van het genootschap kunnen zijn, natuurlijke personen die de leeftijd van zestien jaar hebben bereikt en die volgens nader in het Huishoudelijk Reglement artikel 4 geregelde procedure als lid worden toegelaten na gedurende een periode van één jaar als aspirant-lid ingeschreven te zijn geweest.

  7. Oprichters en Leden-belanghebbenden, Ereleden, Leden-belangstellenden en Aspirant-leden van het genootschap zijn verplicht zich te houden aan het gestelde in deze Statuten en het bijgaande Huishoudelijk Reglement en aan de wet op het verenigingsrecht. Bovendien zijn zij gehouden aan alle rechtmatig genomen besluiten van het bestuur en de Algemene Ledenvergaderingen van het genootschap

Aspirant leden

Artikel 6

  1. Aspirant-leden zijn zij die door het bestuur en de leden van het genootschap zijn toegelaten volgens een in het Huishoudelijk Reglement artikel 5 vastgestelde procedure.

  2. Aspirant-leden betalen bij toelating door het bestuur een eenmalig entreegeld.

  3. Tegen aspirant-leden kan, gerekend vanaf de datum van aanmelding, door het bestuur en door leden tot 6 weken na aanmelding bezwaar gemaakt worden tegen hun toetreding als aspirant-lid van het genootschap zoals neergelegd in het Huishoudelijk Reglement artikel 8.

  4. Aspirant-leden zijn na voorlopige toelating, voor de periode van tenminste één jaar, aspirant-lid van het genootschap. Het aspirant-lidmaatschap kan in uitzonderlijke gevallen, zoals neergelegd in het Huishoudelijk Reglement artikel 8 lid 8, bij schriftelijke mededeling van het bestuur met hooguit één jaar en met redenen omkleed verlengd worden.

  5. Aspirant-leden hebben geen stemrecht in de Algemene Ledenvergaderingen tot aan het moment dat zij volwaardig lid kunnen worden.

  6. Aspirant-leden kunnen tijdens hun aspirant-lidmaatschap geen bestuursfuncties of commissiefuncties aanvaarden of bekleden.

  7. Aspirant-leden hebben vanaf hun toelating als lid toegang tot de beschikbare gegevens verzameld door het genootschap, als neergelegd in het Huishoudelijk Reglement artikel 10.

  8. Aspirant-leden kunnen lezingen, vergaderingen, cursussen en andere activiteiten van het genootschap bijwonen.

  9. Aspirant-leden verplichten zich naar eer en geweten op vragen gesteld vanuit het genootschap inzake de (genetische) gezondheidstoestand van hun (voor de fokkerij bedoelde) rashonden van de verschillende spanielrassen te antwoorden.

  10. De rechten en plichten van het aspirant-lid kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging beëindigd worden, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage over het lopende genootschapsjaar voor het geheel verschuldigd blijft.

  11. Opzegging van het aspirant-lidmaatschap geschiedt schriftelijk door het bestuur van het genootschap met redenen omkleed conform artikel 8 van het Huishoudelijk Reglement.

Einde lidmaatschap

Artikel 7

  1. Het lidmaatschap eindigt:

    1. door overlijden van het lid;

    2. door opzegging door het lid;

    3. door gefundeerde en gemotiveerde opzegging door het genootschap. Dit kan slechts indien:

      1. het lid zijn verplichtingen tegenover het genootschap niet nakomt.

      2. aan het lid door het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijk uitspraak een straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd.

      3. het lid zijn aanvullende financiële verplichtingen na aanmaning niet voldoet.

      4. het lid door de Dierenbescherming of elke andere daartoe bevoegde privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie veroordeeld wordt wegens dierenmishandeling

      5. indien een lid zich tweemaal schuldig maakt aan overtredingen op grond van het Honden- en Katten besluit en de Wet op de Dierenbescherming of elke andere wettelijke maatregel ter bescherming van dieren en honden in het algemeen.

    4. door gefundeerde en gemotiveerde ontzetting (royement) door het bestuur, met een beroepsmogelijkheid op de Algemene Ledenvergadering van het genootschap. Ontzetting (royement) kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen, besluiten of de gedragscode van het genootschap handelt, of het genootschap op onredelijke wijze benadeelt, dan wel van het genootschap niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren.

    5. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een genootschapsjaar eindigt, blijft, desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.

Opzegging door lid

Artikel 8

  1. Opzegging van het lidmaatschap door een lid geschiedt door een schriftelijke en rechtmatig ondertekende verklaring van opzegging aan de secretaris van het genootschap.

  2. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit, waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.

  3. Opzegging van het lidmaatschap door een lid kan slechts geschieden tegen het einde van een genootschapjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. In ieder geval kan het lidmaatschap door het lid worden beëindigd door opzegging tegen het eind van het genootschapsjaar, volgend op dat waarin wordt opgezegd, of onmiddellijk, indien redelijkerwijs van het lid niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Hetgeen in een opzeggingsbrief met redenen omkleed moet worden aangegeven.

  4. Een opzegging in strijd met het in het vorige lid bepaalde, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.

  5. Een lid kan zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een besluit is meegedeeld tot omzetting van het genootschap in een andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing.

  6. Een lid kan voorts zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld; het besluit is alsdan niet op hem van toepassing.

Opzegging door het genootschap

Artikel 9

  1. Het genootschap kan het lidmaatschap opzeggen in de gevallen in de statuten genoemd, en voorts wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten door de statuten voor het lidmaatschap gesteld, te voldoen, alsook wanneer redelijkerwijs van het genootschap niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Tenzij de statuten dit aan een ander orgaan opdragen, geschiedt de opzegging door het bestuur volgens een in het Huishoudelijk Reglement artikel 7 lid 3 neergelegde procedure.

  2. Opzegging van het lidmaatschap door het bestuur van het genootschap is vanaf het moment van opzegging voor onbepaalde tijd. Tegen opzegging staat het betreffende lid beroep open volgens een in het Huishoudelijk Reglement artikel 18 procedure bij de beroepscommissie van het genootschap.

  3. Een door het bestuur opgezegd lid kan zich opnieuw aanmelden als aspirant-lid op het moment dat de grondslag, waarop het lid is opgezegd door het bestuur, is komen te vervallen. De bewijslast daarvoor rust op het opgezegde lid.

  4. Wanneer het lidmaatschap van het genootschap door opzegging door het bestuur eindigt, heeft het lid geen recht op restitutie van de betaalde lidmaatschapsgelden over het genootschapjaar.

Ontzetting uit het lidmaatschap

Artikel 10

  1. Ontzetting (royement) geschiedt door het bestuur. Het lid wordt ten spoedigste schriftelijk per aangetekende brief van het besluit, met opgave van redenen, in kennis gesteld. Hem staat, behalve wanneer krachtens de statuten het besluit door de algemene vergadering is genomen, binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit, beroep op de algemene vergadering open. De in het Huishoudelijk Reglement artikel 18 opgenomen procedure bevat een regeling voor het instellen van beroep. Gedurende de beroepstermijn van maximaal één maand en hangende het beroep op de algemene ledenvergadering is het lid geschorst.

  2. Ontzetting (royement) geldt voor het leven, tenzij de Algemene Ledenvergadering van mening is dat de gronden waarop het royement rusten zijn weggenomen. De bewijslast voor het wegvallen van de gronden rust op het ontzette lid. Hem staat de mogelijkheid open aan te tonen dat de gronden voor ontzetting zijn komen te vervallen via een in het Huishoudelijk Reglement  artikel 18 vastgestelde procedure.

  3. Wanneer het lidmaatschap van het genootschap door ontzetting (royement) eindigt, heeft het lid geen recht op restitutie van de betaalde lidmaatschapsgelden over het genootschapsjaar.

Jaarlijkse bijdrage, financiële verplichtingen en geldmiddelen

Artikel 11

  1. De leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de oprichters, later door de Algemene Ledenvergadering wordt vastgesteld.

  2. De leden zijn gehouden om aan overige financiële verplichtingen, voortvloeiend uit het lidmaatschap, op eerste verzoek te voldoen.

  3. Het bestuur van het genootschap is bevoegd in bijzondere bij Huishoudelijk reglement genoemde gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de financiële verplichtingen van individuele leden jegens het genootschap te verlenen.

  4. Ereleden zijn vrijgesteld van de financiële verplichtingen jegens het genootschap voor zover het de jaarlijkse bijdrage betreft.

  5. De geldmiddelen van het genootschap bestaan uit contributies, entreegelden voor bijeenkomsten, betalingen voor bepaalde rechten als links aan de website, renten, schenkingen, legaten en erfstellingen en subsidies en alle andere toevallige baten en inkomsten zoals sponsorgelden en reclame-inkomsten.

  6. Erfstellingen kunnen slechts worden aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving.

 

 

Bestuurssamenstelling

Artikel 12

  1. Het bestuur bestaat uit tenminste 3 en maximaal 5 door de Algemene Ledenvergadering te benoemen meerderjarige personen, uit en door stemgerechtigde leden te verkiezen.

  2. De oprichters genoemd in artikel 5 lid 3 van de Statuten vormen het eerste bestuur.

  3. De voorzitter, penningmeester en secretaris vormen gezamenlijk het Dagelijks Bestuur van het genootschap.

  4. Het Dagelijks Bestuur, in gezamenlijkheid van tenminste twee van haar leden, vertegenwoordigt het genootschap in rechte.

  5. Bestuursleden buiten het Dagelijks Bestuur belasten zich met voorkomende overige, specifieke taken. In het Huishoudelijk Reglement artikelen 12 tot en met 16 worden deze overige taken benoemd, en worden combinaties van taken uitgesloten of aangewezen.

  6. De interne gang van zaken binnen het bestuur, en de taken van de verschillende bestuursleden alsmede de besluitvorming in het bestuur worden bepaald door hetgeen is neergelegd in het vastgestelde Huishoudelijke Reglement artikel 12 en artikel 15 van de Statuten.

 

 

Bestuursverkiezing en - benoeming

Artikel 13

  1. De voorzitter wordt door de Algemene Ledenvergadering in functie benoemd. De overige functies worden door het bestuur onderling verdeeld. Vereniging van functies uit het Dagelijks bestuur is niet mogelijk. De taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur staan in het vastgestelde Huishoudelijk Reglement.

  2. De verkiezing van bestuursleden geschiedt, behoudens het bepaalde in lid 3, uit een of meer bindende voordrachten. Tot het opmaken van een bindende voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur, als tien stemgerechtigde leden. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping van de vergadering medegedeeld. De voordracht door tien stemgerechtigde leden dient uiterlijk (14) veertien dagen voor de aanvang van de Algemene Ledenvergadering schriftelijk bij het bestuur te zijn ingediend. De voordracht uit de leden dient vergezeld te gaan van een schriftelijk getekende bereidverklaring van de voorgestelde kandidaat, alsmede de handtekeningen van de voorstellers.

  3. Aan elke voordracht kan het bindende karakter worden ontnomen door een besluit van de Algemene Ledenvergadering bij tweederde meerderheid van stemmen.

  4. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de Algemene Ledenvergadering het bindende karakter van de voordracht te ontnemen, dan is de Algemene Ledenvergadering vrij in haar keuze van voorzitter en bestuursleden. Kandidaten kunnen zich staande de vergadering verkiesbaar stellen.

  5. Stemmingen over personen al dan niet in geval van bindende voordrachten, ook bij het afwezig zijn van tegenkandidaten, geschieden immer bij geheime schriftelijk stemming.

  6. Alvorens overgegaan wordt tot verkiezing en benoeming van voorzitter en bestuursleden zijn zij verplicht zich voor te stellen aan de Algemene Ledenvergadering en worden zij verzocht hun motivaties voor het aanvaarden van een bestuursfunctie kenbaar te maken.

 

 

Interim bestuur

Artikel 14

  1. De Algemene Ledenvergadering kan, indien daartoe aanleiding bestaat, besluiten een interimbestuur te benoemen, bestaande uit minimaal 3 en maximaal 5 leden. Interim-bestuursleden worden benoemd voor een periode van maximaal één jaar.

  2. Tot de taken en bevoegdheden van een interim-bestuur behoren:

  3. Het afhandelen van de lopende zaken.

  4. Het zich onthouden van maken van nieuw beleid.

  5. Het onderzoeken van de mogelijke redenen en achtergronden die geleid hebben tot de aanleiding voor het benoemen van een interim-bestuur

  6. Het interim bestuur uit lid 3 van dit artikel laat zich hierin adviseren door de beroepscommissie.

  7. Het afleggen van financiële en administratieve rekening en verantwoording na een jaar.

  8. Het beleggen van een (buitengewone) Algemene Ledenvergadering binnen de termijn van drie maanden.

  9. Het samenstellen van een, met inachtneming van het genoemde in artikel 13 leden 1 tot en met 5 van de Statuten, nieuw bestuur binnen één jaar.

  10. Interim-bestuursleden kunnen zich kandidaat stellen middels een bindende voordracht voor het nieuwe bestuur. Zij nemen daartoe de plaats op het rooster van aftreden in van de functionaris die hen voorgegaan is, met uitsluiting van de termijn dat het interim-bestuur gefunctioneerd heeft.

 

Bestuursfuncties en bestuurstaken

Artikel 15

  1. Behoudens beperkingen volgens de Statuten, het Huishoudelijk Reglement en de wet (verenigingsrecht boek 2 BW) is het bestuur belast met het besturen van het genootschap.

  2. Indien het aantal bestuursleden beneden 3 is gedaald, is het bestuur niet langer bevoegd. De overgebleven bestuursleden dienen binnen 6 weken een Algemene Ledenvergadering uit te schrijven, waarin het agendapunt bestuursverkiezing (tenminste) aan de orde komt.

  3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van haar taken te doen uitvoeren door commissies, die door het bestuur worden ingesteld. Het vastgestelde Huishoudelijk Reglement artikel 17 voorziet in een benoemingsprocedure voor commissieleden.

  4. Van benoemingen van commissieleden door het bestuur zijn uitgesloten de leden van de kascommissie en de leden van de beroepscommissie. Deze leden worden door de Algemene Ledenvergadering benoemd en verdelen zelf na hun benoeming de taken en functies binnen de commissie. Zij benoemen uit hun midden een voorzitter, als aanspreekpunt voor het bestuur en een secretaris als rapporteur naar het bestuur.

  5. Het bestuur is bevoegd, mits met goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering, tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij het genootschap zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.

  6. Het bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de Algemene ledenvergadering voor besluiten tot:

    1. Onverminderd het bepaalde in artikel 15 lid 2 tot en met 7 van dit artikel, het aangaan van rechtshandelingen en het verrichten van investeringen die een bedrag of waarde van € 3.000,- te boven gaan;

    2. Het huren, verhuren of op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van onroerende zaken;

    3. Het aangaan van overeenkomsten waarbij aan het genootschap een bankkrediet wordt verleend;

    4. Het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruik maken van een aan het genootschap verleend bankkrediet;

    5. Het aangaan van vaststellingsovereenkomsten;

    6. Het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen die geen uitstel kunnen lijden;

    7. Het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten.

    8. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.

 

Einde bestuurslidmaatschap

Artikel 16

  1. Elk bestuurslid kan te allen tijde door de Algemene Ledenvergadering gefundeerd en onderbouwd met argumenten worden ontslagen of geschorst. Een schorsing, die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag van het bestuurslid, eindigt door het verloop van die termijn.

  2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreden. De aftredende is terstond herkiesbaar; wie in de tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.

  3. Zittende bestuursleden zijn voor maximaal twee perioden herkiesbaar. Na afloop van de derde zittingstermijn zijn zij ten minste één periode niet verkiesbaar als bestuurslid.

  4. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:

    1. Door het eindigen van het lidmaatschap van het genootschap;

    2. Door bedanken te allen tijde;

    3. Door overlijden in functie.

 

Jaarverslagen, rekening en verantwoording

Artikel 17

  1. Het genootschapsjaar loopt van één januari tot en met eenendertig december daaropvolgend.

  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van het genootschap zodanige aantekeningen bij te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

  3. Het bestuur brengt op een Algemene Ledenvergadering binnen zes maanden na afloop van een verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de Algemene Ledenvergadering, zijn Jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Na verloop van deze termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.

  4. De Algemene Ledenvergadering benoemt jaarlijks uit de stemgerechtigde leden een Kascommissie van ten minste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De leden van de Kascommissie worden voor twee jaar benoemd en zijn na verloop van die termijn niet herkiesbaar. De Kascommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de Algemene Ledenvergadering verslag van haar bevindingen uit.

  5. Het bestuur is verplicht aan de Kascommissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage in de boeken en bescheiden van het genootschap te geven.

  6. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de Kascontrolecommissie zich door een deskundige doen bijstaan.

  7. De last van de Kascommissie kan te allen tijde door de Algemene Ledenvergadering worden herroepen, doch slechts door het benoemen van een andere Kascommissie.

  8. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in lid 2 en 3 gedurende zeven (7) jaar te bewaren.

 

Inhoudelijke verantwoording

Artikel 18

  1. Het bestuur is gehouden op de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering verantwoording af te leggen van het door haar gevoerde beleid. Daaronder begrepen:

    1. een overzicht van de onderzochte aandoeningen, afwijkingen en stoornissen per  spanielras

    2. een overzicht van de huidige stand van zaken inclusief de risico’s voor de fokkerij

    3. indien van toepassing; een overzicht van nieuwe bedreigingen per spanielras

    4. indien van toepassing; een overzicht van de veterinaire en wetenschappelijke stand van zaken met betrekking tot onderzochte aandoeningen, afwijkingen en stoornissen per spanielras en stand van zaken aangaande het kennis instituut en de huidige samenwerkingspartners.

  2. Het bestuur is gehouden op de Algemene Ledenvergadering een presentatie te geven voor toekomstig beleid. Daaronder begrepen:

    1. beleid met betrekking tot contacten en samenwerking met nationale en internationale (veterinaire) instituten

    2. beleid met betrekking tot de oprichting van, stand van zaken aangaande, het kennisinstituut

    3. beleid met betrekking tot de aanpak van onderzoeken van genetische en mogelijke overerfbaarheid van aandoeningen, afwijkingen en stoornissen per spanielras.

    4. Bekend maken van aanvraag subsidies en fondsen.

 

Algemene Ledenvergadering

Artikel 19

  1. Aan de Algemene Ledenvergadering komen in het genootschap alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de Statuten aan het bestuur zijn opgedragen.

  2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een Algemene Ledenvergadering –de jaarvergadering- gehouden. In deze jaarvergadering komen tenminste aan de orde:

    1. Het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 17 met het verslag van de aldaar bedoelde commissie.

    2. Het gevoerde en te voeren beleid zoals vermeld in artikel 18.

    3. De benoeming van de in artikel 15 lid 3 genoemde commissies voor het lopende genootschapsjaar.

    4. De jaarverslagen van de in artikel 15 lid 3 genoemde commissies over het afgelopen genootschapsjaar.

    5. De benoeming van bestuursleden.

    6. De benoeming van de Kascommissieleden en de beroepscommissieleden, indien voorziening in bepaalde vacatures noodzakelijk is.

    7. De instelling van nieuwe commissies, indien nodig en noodzakelijk.

    8. Voorstellen van het bestuur en/of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.

  3. Andere Algemene Ledenvergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.

  4. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste 20 stemgerechtigde leden verplicht tot het bijeenroepen van een Algemene Ledenvergadering op een termijn van niet langer dan 4 weken. Indien aan het verzoek binnen 21 dagen geen gevolg is gegeven, kunnen verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het bestuur tot oproeping overgaat overeenkomstig artikel 19 van het Huishoudelijk Reglement.

  5. Schriftelijke voorstellen aan de Algemene Ledenvergadering van ten minste vijf (5) stemgerechtigde leden, worden op de agenda van de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering vermeld, indien zij tenminste twee weken (14 dagen) voor de Algemene Ledenvergadering zijn ingediend. Zij worden met een preadvies van het bestuur aan de leden toegezonden, al dan niet door publicatie op de website.

 

Toegang en stemrecht

Artikel 20

  1. Toegang tot de Algemene Ledenvergadering hebben alle leden en aspirant-leden van het genootschap. Behoudens tot de vergaderingen genoemd in artikel 11 hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden geen toegang. Toegang heeft de onafhankelijk dagvoorzitter zoals genoemd in artikel 21 van de Statuten.

  2. Over toelating van andere dan de in lid 1 genoemde personen beslist het bestuur. Introducés van stemgerechtigde leden kunnen, na vooraf te zijn aangemeld bij het bestuur, de Algemene Ledenvergadering bijwonen.

  3. Leden, introducés en aspirant-leden die de Algemene vergadering verstoren kunnen worden verzocht de vergadering te verlaten. Indien zij hieraan geen gehoor geven, kan de voorzitter besluiten de vergadering voor (on) bepaalde tijd te schorsen.

  4. Ieder lid dat niet geschorst is heeft één stem.

  5. Stemmen bij schriftelijk volmacht is toegestaan, met een maximum van twee volmachten per stemgerechtigd lid per vergadering.

 

Voorzitterschap en notulen

Artikel 21

  1. De Algemene Ledenvergaderingen worden geleid door de voorzitter van het genootschap of zijn plaatsvervanger. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt één der andere bestuursleden door het bestuur aan te wijzen als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelf.

  2. Indachtig het bepaalde in het Huishoudelijk Reglement is zowel het bestuur als 20 stemgerechtigde leden gerechtigd een onafhankelijke voorzitter te vragen de Algemene Ledenvergadering te leiden, indien daartoe aanleiding is. Bij de oproeping van de Algemene Ledenvergadering moet dit gemeld worden.

  3. Van het verhandelde in elke vergadering maakt de secretaris of een andere door de voorzitter aangewezen persoon notulen. Tevens kan het bestuur of de Algemene Ledenvergadering besluiten tot het inhuren, inzetten of verzoeken van een onafhankelijke notulist. Na goedkeuring in de eerstvolgende vergadering worden de notulen door de voorzitter en de notulist vastgesteld en ondertekend.

  4. Zij, die de vergadering bijeenroepen, kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

 

 

Besluitvorming van de Algemene ledenvergadering

Artikel 22

  1. Het ter Algemene ledenvergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter, dat door de vergadering een besluit is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

  2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

  3. Het staat leden vrij op basis van artikelen 14 tot en met 16 boek 2 BW de nietigheid of vernietigbaarheid van het besluit aan te vechten, doch niet dan nadat hiervan een officiële klachtmelding is gemaakt bij het bestuur binnen 4 weken na het genomen besluit. Het vastgestelde Huishoudelijk Reglement artikel 18 regelt een procedure voor klachten van deze aard.

  4. Voor zover de Statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

  5. Blanco en ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

  6. Indien bij stemming over personen niemand de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd, vindt een tweede stemming, of in geval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten plaats. Heeft dan wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, waarbij telkens de kandidaat op wie bij de herstemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht, afvalt. Is het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan beslist het lot wie afvalt. Deze procedure wordt herhaald totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid gekregen heeft, hetzij bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, waarop het lot beslist wie is gekozen. Stemming over personen is altijd schriftelijk en geheim.

  7. Indien bij een stemming over personen gelijktijdig meer vacatures aan de orde komen dan dient op het stembiljet het aantal ingevulde namen, uit de verkiesbare kandidaten, gelijk te zijn aan het aantal vacatures.

  8. Indien de stemmen staken over een voorstel, niet rakende verkiezingen van personen, dan is het voorstel verworpen.

  9. Alle stemmingen, niet handelend over personen, geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit vóór de stemming schriftelijk verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij één stemgerechtigde hoofdelijk stemming verlangt.

  

Bijeenroeping Algemene ledenvergadering

Artikel 23

  1. De Algemene ledenvergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. Of door de Algemene Ledenvergadering in geval van artikel 19 lid 4. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden en eveneens aan die van de ereleden en aspirant-leden, en/of door publicatie en uitnodiging op de website www.spanielbreeders.nl. De termijn van de oproeping bedraagt ten minste eenentwintig (21) dagen.

  2. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 24.

  

Statutenwijziging

Artikel 24

  1. In de Statuten van het genootschap kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de Algemene ledenvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling, dat aldaar wijziging van de Statuten zal worden voorgesteld.

  2. Zij, die de oproeping tot de Algemene ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot Statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste 5 dagen voor de dag van de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen Statutenwijziging woordelijk is opgenomen, voor de leden ter inzage leggen op het secretariaat, dan wel de voorgestelde wijzigingen publiceren op de website van het genootschap, tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld aan alle leden toegezonden.

  3. Een besluit tot Statutenwijziging behoeft ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin tenminste twee/derde van de stemgerechtigde leden vertegenwoordigd is. Is niet ten minste twee/derde van het aantal stemgerechtigde leden tegenwoordig, dan wordt tussen nul (0) en achtentwintig (28) dagen daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige stemgerechtigde leden, kan worden besloten, mits met de meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen.

  4. Een Statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat de wijzigingen zijn neergelegd in het verenigingsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Rotterdam.

  5. Indien het bestuur besluit het genootschap formeel op te richten door middel van een notariële akte, zijn vanaf dat moment Statutenwijzigingen pas geldig indien daarvan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder lid van het Dagelijks Bestuur bevoegd.

 

Ontbinding

Artikel 25

  1. Het genootschap kan worden ontbonden door een besluit van de Algemene Ledenvergadering. Het bepaalde in de leden 1,2 en 3 van artikel 24  is van overeenkomstige toepassing.

  2. Het batig saldo na vereffening zal worden bestemd voor doeleinden, door de Algemene Ledenvergadering te bepalen in overeenstemming met het doel van het genootschap, één en ander met inachtneming van hetgeen daarover door de wet wordt bepaald.

  3. Het bestuur doet bij de ontbindingsvergadering van het genootschap voorstellen voor doelen en doeleinden.

 

Huishoudelijk Reglement

Artikel 26

  1. De Algemene Ledenvergadering kan een Huishoudelijk Reglement en andere reglementen vaststellen, waarvan de bepalingen niet strijdig mogen zijn met deze Statuten. Zij mogen ook niet strijdig zijn met en niet afwijken van de wet, ook waar deze geen dwingend recht bevat.

  2. Het Huishoudelijk Reglement en andere reglementen verlangen goedkeuring van de Algemene Ledenvergadering en treden als dan niet in werking alvorens die goedkeuring is verkregen.

  3. De Algemene Ledenvergadering kan een reglement te allen tijde wijzigen volgens het vastgestelde Huishoudelijk Reglement artikel 20 mits aan de eisen is voldaan die in de Statuten aan het Huishoudelijk Reglement worden gesteld voor de besluitvorming en de voorbereiding. De Algemene Ledenvergadering kan echter geen besluiten nemen die in strijd zijn met een reglement, zoals aanvaard binnen het genootschap van spanielbreeders.

 

Commissies

Artikel 27

  1. In elk geval worden ingesteld een Kascommissie en Beroepscommissie.

  2. Verder kan het bestuur zich naar eigen inzicht, of op verzoek van de meerderheid van de Algemene Ledenvergadering, laten bijstaan door in te stellen commissies, daaronder niet limitatief:

    1. Websitecommissie

    2. Databankcommissie

    3. Reglementencommissie

    4. Rascommissies voor de verschillende spanielrassen

    5. Instituutcommissie

    6. Communicatiecommissie

    7. of een door de Algemene Ledenvergadering nader te bepalen andere commissie

  3. De benoeming, het ontslag en de taken en bevoegdheden van alle commissies en haar leden worden geregeld in het vastgestelde Huishoudelijk Reglement artikel 17.

  4. Enkel leden kunnen zitting nemen in commissies.

  5. De bestuursleden zijn geen stemgerechtigd lid van de commissies, maar uitsluitend bestuursvertegenwoordiger conform het vastgestelde Huishoudelijk Reglement artikel 17 lid 7.

 

Slotbepalingen

Artikel 28

  1. Het genootschap kan in naam van de leden verplichtingen aangaan voor zover deze verplichtingen voortvloeien uit de erkenning door het verenigingsrecht en andere instellingen en organisaties en hun wettelijke grondslagen inzake aanvragen van subsidies en fondsen.

  2. Het bestuur van het genootschap kan na goedkeuring door de Algemene Ledenvergadering overgaan tot de oprichting van een aan het genootschap gerelateerde Stichting conform artikel 2 lid 2 van deze Statuten.

  3. Indien door het dalen van het aantal leden de in deze Statuten gestelde quorumeisen aanpassing behoeven, dan zal dit in overeenstemming met de wet geschieden.

  4. De Statuten zijn vastgesteld in de oprichtingsvergadering van het genootschap op 1 augustus 2009 te Rotterdam. Het Huishoudelijke Reglement zoals bijgevoegd bij de Statuten van het Genootschap voor Spanielbreeders wordt hiermede tevens vastgesteld.

 

Statuten van het Genootschap van Spanielbreeders

Huishoudelijk Reglement van het Genootschap van Spanielbreeders

 

Onze Statuten maken onderscheid tussen Leden - belanghebbenden (fokkers) en Leden - belangstellenden (pupkopers, geïnteresseerde derden en specialisten). In uw inschrijfformulier kunt u aangeven voor welk lidmaatschap u opteert. Bovendien kunt u donateur worden. Zie het lidmaatschap……

Op basis van de nu beschikbare informatie zijn al enkele dossiers op de website opgenomen. Zie ‘In onderzoek.... 

 

         

 

 

 
 

 

 

 

© Copyright GSB 2010